Is studeren ook al een last? - pagina 51
Een persoonlijke visie op enkele aspecten van de ontwikkeling tussen 1968 en 1996 van de Faculteit Geneeskunde van de VU, met een nadruk op onderwijs
veel spreek- en onderzoekskamers en een laboratorium. Het is intussen
wel 1985 geworden en in september moet het eerste ALCO starten.
Oude meubels, onderzoeksbanken en verder meubilair worden bijeen
gesprokkeld, mede door de inventiviteit van de toen aangestelde ama-
nuensis van het ALCO, de heer C. Brosky. Het ziekenhuis aanvaardt
dat we deze spullen nemen, die opgeslagen staan in het intussen onge-
bruikte gebouw.
Maar onderwijsmiddelen, fantomen, camera's en monitoren, projecto-
ren, laboratoriumbenodigdheden en dergelijke zijn niet aanwezig. Wie
moet dat betalen? De faculteit stelt dat dit ook de verantwoordelijk-
heid van het ziekenhuis is, het ziekenhuis zegt dat de faculteit het
ALCO-onderwijs bedacht heeft en er nu maar voor moet opdraaien.
De tijd dringt, het cursusjaar loopt ten einde zonder dat er een oplos-
sing is en wij besluiten, zonder toestemming van faculteit of zieken-
huis, zonder duidelijkheid over de betaling, tot bestelling van de nood-
zakelijke middelen over te gaan. Zo wordt voor f. 300.000.- materiaal
besteld en geleverd zonder dekking. Maar in september kunnen we
draaien, hoewel de inrichting van de ruimten ongeveer één week voor-
loopt bij het programma van de eerste studenten. Het college van
bestuur van de universiteit moet er aan te pas komen om een oordeel
te vellen over de betaling; de kosten worden gedeeld tussen ziekenhuis
en faculteit, terwijl ook de universiteit éénderde voor zijn rekening
neemt. Het geld is in ieder geval niet ingehouden op de salarissen van
Janneke en mij.
Bij de aanvang van het nieuwe curriculum is er ook een evaluatiecom-
missie ingesteld onder voorzitterschap van Prof. van Bemmel, waar ik
opnieuw secretaris/adviseur van mag zijn.
Nog als voorzitter van de CVH mag ik de faculteit vertellen dat er
voortaan een evaluatie zal plaats vinden van het onderwijs, waarbij
studenten een oordeel zullen geven. De vertegenwoordigers van de
vakgroepen, meest de hoogleraren, zijn verzameld in collegezaal UI;
het anatomisch theater. Ik sta in de diepte tegenover een menigte
sceptische toehoorders, waarvan één verwoordt dat de enige die iets
over zijn onderwijs kan zeggen, een vakgenoot is en zeker niet een
student. De zaal is argwanend, zelfs wat vijandig, ik heb nooit meer
in die zaal kunnen komen zonder aan dit uur te denken.
49
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2001
Publicaties VU-geschiedenis | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2001
Publicaties VU-geschiedenis | 98 Pagina's