Is studeren ook al een last? - pagina 92
Een persoonlijke visie op enkele aspecten van de ontwikkeling tussen 1968 en 1996 van de Faculteit Geneeskunde van de VU, met een nadruk op onderwijs
meer congressen van de AMEE en NVMO bezocht, waarop dan
meestal ook één of meer bijdragen geleverd worden door de afdeling.
Informele contacten leveren ook steeds informatie op over wat op
andere faculteiten gebeurt. Zo zijn er de interfacultaire onderwijscom-
missie, de bestuursvergaderingen van de NVMO en later de B.O.C.
(Beleidsmatig Onderzoek Co-assistentschappen)-commissie en de
commissie Raamplan, waar ik lid van ben en waar ik de belangrijkste
mensen op het gebied van medisch onderwijs regelmatig ontmoet.
Steeds wordt door medewerkers deelgenomen aan de werkgroepen
rond vaardigheidsonderwijs en computer-ondersteund onderwijs, die
de NVMO heeft ingesteld.
Door deze contacten vergroten we onze kennis en krijgen we de kans
onze eigen ervaringen te toetsen.
In de jaren voor de grote bezuinigingen bestaan op enkele faculteiten
vakgroepen of afdelingen voor onderzoek van onderwijs. Deze afde-
lingen maken geregeld melding van onderzoeksresultaten. Wij luiste-
ren en profiteren. Van zelf onderzoek doen komt weinig. Het is geen
officiële taak van de afdeling; wat we dus doen, is werk voor de avond-
uren en weekends. Toch zou het interessant zijn ook bij ons nauwkeu-
riger na te gaan wat het effect is van veranderingen in het onderwijs of
toetsing.
Een enkele keer lukt dat. In 1979 wordt met behulp van een eerder
ontwikkelde vragenlijst een onderzoek gedaan naar de kenmerken van
studenten die aan het begin van hun studie reeds tekenen van falen
vertonen. Het komt echter niet verder dan een pilot-studie. In hetzelfde
jaar wordt op verzoek van de onderwijscommissie een onderzoek
gedaan naar het studiegedrag van de studenten in het vierde jaar. De
vraagstelling luidt "studeren studenten zoveel slechter dan we ver-
wachten?" Het vierde jaar is duidelijk te zwaar belast. Een overvol
college-programma en slechte resultaten voor het Dl- en Dll-examen
zijn daarvan het bewijs. Wij enquêteren een deel van de studenten op
een viertal momenten in het jaar over hun studie-inspanning, terwijl de
docenten gevraagd wordt hoeveel tijd zij verwachten dat de studenten
aan hun vak besteden. In 1980 komt een rapport uit van de afdeling,
waarin de resultaten van dat onderzoek vermeld staan. Het blijkt dat
studenten gemiddeld 1150 uur studeren, waarvan 930 uur zelfstudie.
Degenen die in juni voor het doctoraal slagen, hebben dan al 20 uur
meer gestudeerd dan de gezakten, maar deze laatsten halen deze tijd in
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2001
Publicaties VU-geschiedenis | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2001
Publicaties VU-geschiedenis | 98 Pagina's