Een handvol filosofen - pagina 146
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
142 / V Consolidatie en kritiek (194J-1964)
wel onvolledig - van zijn geloof kon getuigen Indien Dooyeweerd in zijn filosofie
thetisch (vanuit zijn geloof, zonder antithese) zou spreken, dan zou zijn filosofie vol-
gens Van Peursen opener worden "'t
In zijn antwoord aan Van Peursen wees Dooyeweerd de gesignaleerde spanning
tussen 'standen van zaken' en de zindynamiek van de werkelijkheid van de hand Hij
verdedigde het dynamisch zinkarakter van feitelijke 'standen van zaken', zij wijzen
boven zichzelf uit naar de universele zinsamenhang in de tijd en naar de bovencrea-
tuurlijke oorsprong van alle zin "' Dat Van Peursen de door God gegeven wet wilde
uitleggen als een model ter benadering van de werkelijkheid, deed volgens Dooye-
weerd geen recht aan de goddelijke scheppingsorde die in wetten tot uitdrukking
wordt gebracht, onafhankelijk van menselijke interpretaties Dooyeweerd handhaaf
de zijn opvatting dat er een religieuze antithese bestaat tussen het Bijbels getuigenis
en de geest van afval, en dat deze antithese doorwerkt in de filosofie Hij gaf toe dat
met-christelijke filosofische theorieën een positieve taak te vervullen hebben in een
genormeerde ontwikkeling van de cultuur en dat hij daarom een filosofische com-
municatie met die theorieën noodzakelijk vond Als zodanig verdedigde hij een
'wijsgerige denkgemeenschap' in verband met die gemeenschappelijke cultuurtaak
Maar volgens hem kon christelijk denken geen compromis of synthese aangaan met
het denken dat voortkomt uit onbijbelse motieven. Wanneer Van Peursen stelde dat
hij 'waarheidselementen' m een met-chnstelijke filosofie met los kon zien van de 'or-
ganische samenhang van de totale filosofie van een denker', dan was de vraag van
Dooyeweerd of Van Peursens standpunt een christelijke filosofie met uitsloot "^
In zijn antwoorden nam Dooyeweerd vooral een defensieve houding aan en her
haalde hij wat hij reeds eerder had geschreven Al wilde Dooyeweerd vasthouden aan
een goddelijke scheppingsorde als wetsorde, hij had voor het krijgen van weten-
schappelijke kennis van die wetsorde dieper kunnen ingaan op Van Peursens argu-
ment om wetten op te vatten als modellen ter benadering van de werkelijkheid - een
mogelijke stap om in de filosofische discussie verder te komen Dat Dooyeweerd een
onderscheid maakte tussen alledaagse ervaring en theoretisch denken, hoefde voor
hem geen belemmering te zijn om aandacht te besteden aan de wederzijdse verbon-
denheid van die twee de alledaagse ervaring als een bron voor wetenschappelijk on-
derzoek en de relevantie van wetenschappelijke kennis voor de samenleving Boven
dien stonden de genoemde (en andere door Van Peursen besproken) onderwerpen
ook bij aanhangers van Dooyeweerds filosofie ter discussie
Dooyeweerd wilde, ondanks zijn vasthouden aan de idee van een religieuze anti-
these, de communicatie met met-christehjke filosofen bevorderen, hij verdedigde
zelfs een 'westerse denkgemeenschap' Alleen al de niet te ontkennen 'standen van
zaken' maakten een communicatie tussen chiistehjke en met christelijke filosofen
mogelijk Bovendien was zijn transcendentale kritiek bedoeld om de religieuze voor
onderstellingen van iemands denken bloot te leggen Het resultaat van deze transcen-
dentale kritiek kon zijn dat een antithese openbaar weid tussen het christelijk grond-
p 133) 'Er zijn dan ook geen waarheidsmomenten, daar een wijsbegeerte een organisch geheel vormt en ook
de feiten ontdekking niet onttrokken is aan het zicht op de religieuze horizon van al het bestaande Zulke mo
menten en de erkenning van zulk een feitelijk bestand van zaken wijst er dan toch op, dat er in een dergelijke
wijsbegeerte wel terdege een contact met de Waarheid gevonden wordt Maar hoe en in welke z i n ' '
14 Van Peursen,'Antwoord aan Dooyeweerd', pp 199 200 Zie Van Peursen,'Does "Meaning" Make S e n s e ' ,
pp 157 165 In dit artikel foimuleerde Van Peursen nogmaals zijn kritiek op enkele onderdelen van Dooye
weerds filosofie
15 Dooyeweerd,'Van Peursen's critische vragen', p 107
16 Dooyeweerd,'Van Peursen's critische vragen', pp 143 150
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's