Een handvol filosofen - pagina 237
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
4 A Troost ethicus met een beperkte visie op ethiek 233
1975, buiten Troost om en in strijd met de geldendestudieiegeling, het besluit om het
tentamen ethiek uit te stellen tot na het kandidaatsexamen Ti oost sprak het 'onaan-
vaardbaar'' uit Hl] wilde dat het college van bestuur het besluit van de subfaculteits-
raad zou schorsen Zo niet, dan zou hi) een kort geding aanspannen tegen de subfa-
culteit! Het college van bestuur reageerde echter afhoudend, omdat het de
bevoegdheden van de subfaculteitsraad wilde respecteren Troost was teleurgesteld
in de houding van het college, maar hij hield voet bij stuk en spande het kort geding
aan, dat op 20 mei 1975 voor de rechter zou komen Troost eiste dat de subfaculteit
geen kandidaatsdiploma's zou uitreiken, zonder dat het tentamen sociale ethiek met
goed gevolg was afgelegd Hij had echter te kennen gegeven dat hij bereid was, al-
thans voorlopig, van het kort geding af te zien indien de subfaculteit zijn eis zou in-
willigen '' Het subfaculteitsbestuur deed de toezegging die Troost verlangde (op 6
juni 1975 door de subfaculteitsraad bekrachtigd) en het kort geding werd afgeblazen
Inmiddels had het subfaculteitsbestuur in het voorjaar van 1975 de commissie-
Smallegange ingesteld, die onder andere als taak had om zich te bezinnen op de 'in-
houd van het vak ethiek' in het studieprogramma van de subfaculteit en om vervol-
gens met voorstellen te komen Na een excuusbrief van het bestuur van de subfaculteit
over gemaakte fouten, aanvaardde Troost de uitnodiging om lid van deze commissie
te worden In het najaar van 1975 kwam de commissie met haar eindrapport, waarin
ZIJ concludeerde dat zij geen overeenstemming had kunnen bereiken '^ Het breek-
punt was dat Troost, hoewel tot concessies bereid over de opzet van zijn colleges en
de tentamenliteratuur, bleef vasthouden aan een substantieel deel van zijn syllabus
over praxeologie als verplichte stof Zijn vasthoudendheid werd gerespecteerd, maar
miste de overtuigingskracht om de andere commissieleden aan zijn kant te krijgen
hij stond alleen Volgens Troost was zijn 'doceervrijheid' in het geding en hij maakte
er geen geheim van dat hij 'zowel het recht als de plicht heeft zijn arbeid naar vorm en
inhoud de signatuur van "christelijk onderwijs" te doen behouden' '^
De kwestie sleepte zich voort en bereikte een climax toen de subfaculteitsraad op
20 augustus 1976 het besluit nam - zonder dat Troost was gehoord - , dat het ver-
plichte vak sociale ethiek voor derdejaars met ingang van de cursus 1976-1977 een
keuzevak zou worden De keuzemogelijkheid zou zijn sociale ethiek of een (nieuw
in te voeren vak) 'Doel- en Normenproblematiek van de Pedagogische en Andrago-
gische Wetenschappen' Troost protesteerde heftig Hij begreep dat met het stellen
van deze keuzemogelijkheid zijn vak in feite werd afgeschaft en dat bijgevolg zijn
positie en die van zijn medewerker Valenkamp in de subfaculteit in het geding kwa-
men HIJ richtte een verzoek tot het college van bestuur om het besluit van de subfa-
culteitsraad te schorsen en bij de universiteitsraad ter vernietiging voor te dragen '''
loi Zie brief van prof dr J W van Hulst, decaan van de subfaculteit, aan de studenten (i 5 mei 1975), in archief
ciF, doos 48
102 Eindrapport van de commissie Smallegange (i oktober 1975), en de in 1974 en 1975 gevoerde correspon
dentie tussen Troost, het subfaculteitsbestuur en het college \ a n bestuur, m archief senaat/college van decanen,
Kwestie Troost, dossier i
103 Troost, 'Beleidsnota betreffende het onderwijs in de ethiek' (28 oktober 1975), in archief senaat/college van
decinen, Kwestie Troost, dossier i
104 Brieven van Troost aan het bestuur van de Vereniging voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grond
slag (20 september 1976) en aan het college van bestuur (20 september en 15 oktober 1976), m archief senaat/
college van decanen, Kwestie Troost, dossier i Zie ook het verslag dat Troost schreef over de genoemde ge-
beurtenissen tussen 1973 en 197e m zijn 'Doceervrijheid in een universitaire democratie', in Wetenschap en
democratie, 3, i (september 197e), pp 31 43
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's