Een handvol filosofen - pagina 103
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
6 H. Dooyeweerd: filosoof van religieuze grondmotieven 99
baard en waarin de soevereiniteit of au-
tonomie van de vrije mens als hoogste
wet gold. D e z e soevereiniteit, die tot
uitdrukking k w a m in het ideaal van de
vrije mens of het persoonlijkheidside-
aal, wilde zich vervolgens manifesteren
in het postulaat van de 'soevereiniteit
van het denken' en op grond daarvan
in een drang om de wereld door mid-
del van de mathematische natuurwe-
tenschappen te beheersen. O o k in de
rechtswetenschap, sociologie en de stu-
die van de moraal wilde men verschijn-
selen van het menselijk samenleven
door middel van natuurwetenschap-
pelijke methoden verklaren. Indien dit
wetenschapsideaal echter consequent
werd doorgevoerd, zou de vrijheid van
de mens slechts een onderdeel w o r - D.H.Th. Volenhoven (schilderij door Roe-
den van natuurwetenschappelijke wet- land Koning).
ten en zou de oorspronkelijke idee van
de autonome vrijheid verloren gaan.
D o o y e w e e r d meende te kunnen spreken van een onverzoenlijk antinomie die zich
openbaarde in het grondmotief dat ten grondslag lag aan de humanistische levens-
beschouwing - antinomie niet slechts begrepen als tegenstelling, maar als tegenstrij-
digheid. In het grondmotief van de humanistische levensbeschouwing was de wet-
sidee van de menselijke persoonlijkheid werkzaam, die om zichzelf te bewijzen een
wetenschapsideaal had opgeroepen dat met de vrijheid van de mens in strijd was.
Waar Hobbes met grote strengheid had geprobeerd het mathematisch-mechanische
wetenschapsideaal door te voeren, had Descartes dezelfde wetenschappelijke metho-
de gebruikt voor zijn onderzoek van de anorganische en organische natuur, maar had
hij halt gehouden voor de menselijke ziel. Hij had gecapituleerd voor het persoonlijk-
heidsideaal, zonder een relatie tussen lichaam en ziel te kunnen leggen. Had Leibniz
geprobeerd het persoonlijkheidsideaal en het wetenschapsideaal met elkaar te verzoe-
nen, volgens Dooyeweerd had hij met een ragfijne filosofische redenering het heelal
tot een continue logische eenheid herschapen en daarmee een humanistisch weten-
schapsideaal geformuleerd. En waar humanistische geleerden naast of boven het na-
tuurwetenschappelijk denken religieuze, morele en rechtswaarden wilden handha-
ven, bleek hun wetenschappelijke onderbouwing ervan volgens hem discutabel.'^
Na een uitgebreide bespreking van de humanistische rechtsfilosofie, onder andere
die van vertegenwoordigers van de neokantiaanse Marburger en Badense school,
volgde een verhandeling over synthesepogingen tussen het humanistisch persoon-
lijkheidsideaal dan wel het wetenschapsideaal èn de christelijke levens- en wereldbe-
schouwing. Volgens Dooyeweerd konden zulke synthesepogingen slechts leiden tot
93 Dooyeweerd, De heteekems der wetsidee, pp. 5-10.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's