Een handvol filosofen - pagina 128
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
124 III Filosofische twisten in oorlogstijd (1^40-1^4^)
leefden: de Europese wereld met haar vooroorlogse politieke verhoudingen en de
onvermijdelijke nieuwe Europese wereld onder leiding van Duitsland.^
Al was Colijns analyse van de resultaten van de vredesbesprekingen in 1919 op
zichzelf juist, zij was een psychologische misser. Hij publiceerde zijn essay een jaar
na de Duitse inval in Polen, vier maanden na de invasie in Denemarken en Noorwe-
gen en twee maanden na de inval in Nederland. De meeste Nederlanders beschouw-
den Duitsland als agressor en vijand, terwijl Colijn de schuld van de oorlog een-
zijdig bij de geallieerden legde. Zijn kritiek op het functioneren van de democratie
was vanuit zijn standpunt als autoritair staatsman niet onbegrijpelijk, maar dat hij
dit onderwerp aan de orde stelde in een tijd van bezetting door Duitsland dat alle
democratische rechten had afgeschaft, moet voor velen onbegrijpelijk zijn geweest.
Bovendien was zijn aanvaarding van Duitsland als de leidinggevende macht in Eu-
ropa niet alleen een taxatiefout, maar vooral een miskenning van de ideologie van het
nationaalsocialisme. Over deze ideologie met haar verheerlijking van het Germaan-
se ras en een totalitaire staat onder leiding van de Ftihrer sprak hij met geen woord.
Zijn Op de grens van twee werelden was verschenen als bijlage bij een toelich-
ting op het beginselprogram van de Antirevolutionaire Partij, terwijl in dat door het
christelijk geloof gemspireerde program heel andere opvattingen over de staat wer-
den verdedigd. Hij had zijn opvattingen echter niet aan dat program getoetst. Elke
oproep tot geestelijke waakzaamheid, laat staan verzet ontbrak. Vanuit zijn eigen
partij kreeg Colijn scherpe kritiek. Men verweet hem een neiging tot defaitisme en
aanpassing.
Colijn kwam tot inkeer. In het najaar van 1940 toonde hij op verscheidene politie-
ke bijeenkomsten spijt over wat hij had geschreven en probeerde het te corrigeren.'*
Nooit zou hij tijdens de oorlog blijk geven van enige Duitsgezindheid, laat staan dat
hij met de Duitsers collaboreerde. Integendeel, hij steunde het verzet tegen de bezet-
ter. Hij bleef president-directeur van de Vrije Universiteit tot hij in 1941 - vanwege
zijn steun aan het verzet - werd gearresteerd. Als gijzelaar - hoewel geprivilegieerd
behandeld - leefde hij nog enkele jaren in Duitsland, waar hij in 1944 stierf. Voor
veel Nederlanders had hij zijn reputatie als staatsman echter onherstelbare schade
toegebracht.
2 Oplopende spanningen in dramatische jaren
In het najaar van 1940 eiste de bezetter dat de universiteiten hun joodse hoogleraren
en medewerkers zouden ontslaan. Protesten volgden, aan de universiteit in Leiden
en de Technische Hoogeschool in Delft zo breed gedragen dat beide instellingen in
1941 door de bezetter werden gesloten. Prof. Pos had er bij Vollenhoven op aange-
drongen om samen met Dooyeweerd ook aan de Vrije Universiteit een protest te-
gen die Duitse maatregel te organiseren.' Er was aan de Vrije Universiteit wel over
gesproken, maar een protest bleef uit omdat de universiteit geen joodse hooglera-
ren had. Veel studenten van de gesloten Leidse universiteit, die hun studie wilden
3 Q.o\\)n, Op de grens van twee werelden, pp 613-614.
4 Zie Zondergeld, Geen duimbreed, p 60 OokPuchmger, Tdanus, pp 178-184.
5 %te\\mgwer{i, Vollenhoven, p iji
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's