Omstreden normalisering - pagina 203
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
in de AGP. Ook de rol van de staatssecretaris zou bescheiden moeten
zijn; hij zou geen voorzitter moeten worden van het POO en de direc-
teur-generaal Hoger Onderwijs geen voorzitter van de AGP. Staatsse-
cretaris Klein honoreert deze wensen niet. Wel haast ook deze staats-
secretaris zich te zeggen dat het arrangement voor de nationale
planning zich heel goed verdraagt met de WUB. 'Alle geledingen van
het hoger onderwijs moeten nog wennen aan de gedemocratiseerde
structuur. Men moet zich eens voorstellen hoe de diverse vormen van
bevoegd gezag op dit ogenblik een snelle invoering van een planning
per discipline zouden moeten verwerken.'^^ In 't Veld kan zich vinden
in de aanpak van De Brauws opvolger, staatssecretaris Klein. 'Dat was
veel meer een procesdenker. Die heeft goed werk gedaan, onder meer
door af te rekenen met de illusie dat het budget voor het hoger onder-
wijs onbekommerd zou kunnen uitdijen. Klein geloofde niet zo in in-
stituten. Maar ook hij is er niet in geslaagd de universiteit echt open te
breken.'^" De nieuwe colleges van bestuur gaan het nieuwe nationale
planningsysteem benutten om hun positie binnen de eigen instellin-
gen te versterken, in een formulering van in 't Veld gericht op het 'in-
tegreren van besluiten van verschillende en ongelijksoortige bevoegde
organen'. Het planningssysteem geeft universiteitsbesturen, aldus
Brinkman: 'Eindelijk een instrument in handen om intern selectiviteit
in gebruik van onderzoekmiddelen af te dwingen.'^' Ze benutten de
bevoegdheden die de WUB aan besturen geeft om voor het eerst in de
Nederlandse academische geschiedenis per universiteit onderzoeks-
en onderwijsbeleid vorm te geven. Ze krijgen grip op de leerstoelen
binnen hun eigen instellingen. Daarmee zetten ze ook een ferme stap
richting verdere uitkleding van de Academische Raad, ook wel een
'papercliporganisatie' genoemd. In kringen van de Academische Raad
wordt de komst van POO en AGP niet voor niets gezien 'als een soort
vijfde colonne, een soort Paard van Troje'.
Want dat planningsoverleg was de nieuw opkomende klasse.
(...) Daar kwam dat jeugdig volk van die nieuwe structuur dat
uitsluitend ging over geld verdelen. Dat was ook de link met het
departement. Die was in die jaren zo sterk dat in feite het voor-
stel voor het verdelen van het geld van de universiteiten kwam
en de minister voerde het uit.*^
Tot de nieuwe bestuurlijke elite behoren mannen als Harry Brinkman,
Jankarel Gevels (Leiden), Hans Rosenberg (Utrecht), Wüly van Lies-
201
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's