Een handvol filosofen - pagina 263
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
4 J. van der Hoeven:filosoofvan het open gesprek 2J9
dit met verve! In zijn doctoraalcolleges maakte hij de studenten deelgenoot van zijn
onderzoek naar de transcendentalia. Hij behandelde deze problemen in samenhang
met andere middeleeuwse en met moderne filosofen.
Drie jaar na Aertsens benoeming tot hoogleraar schreef het bestuur van de Cen-
trale Interfaculteit in een beoordeling van zijn werk, dat hij de reputatie van een uit-
stekend docent en van een toonaangevend onderzoeker met internationale bekend-
heid had verworven. Hij was voorzitter van het wijsgerig genootschap 'Medium
Aevum', waar alle universitaire stafleden die werkzaam waren in het onderwijs en
onderzoek van de middeleeuwse filosofie bij waren aangesloten, en van de wijsgeri-
ge vereniging 'Thomas van Aquino'. Hij had voordrachten gehouden aan verschei-
dene buitenlandse universiteiten en op internationale conferenties. Zijn proefschrift
zou in het Engels verschijnen en verder had hij een omvangrijke lijst van weten-
schappelijke publicaties.^7
De talrijke contacten die Aertsen met binnen- en buitenlandse vakgenoten onder-
hield en de reputatie die hij als geleerde bij hen had, deed bij collega's van zijn eigen
faculteit het vermoeden rijzen dat hij wel eens een benoeming kon krijgen aan een
buitenlandse universiteit. Het zou nog enkele jaren duren, maar in 1994 was het zo-
ver. In dat jaar kreeg hij de benoeming tot hoogleraar middeleeuwse filosofie en di-
recteur van het gerenommeerde Thomas-Institut in Keulen.
4 J. van der Hoeven: filosoof van het open gesprek
Sinds zijn benoeming in 1963 tot lector voor de geschiedenis aan de moderne wijs-
begeerte had Van der Hoeven zich in zijn onderwijs en onderzoek beziggehouden
met verscheidene stromingen en thema's in de moderne filosofie. Hij publiceerde
over de fenomenologie, het existentialisme, het behaviorisme en het marxisme, en
over thema's als medemenselijkheid en communicatie, communicatie en ontmoe-
ting, filosofie en vrijheid, en filosofie en vakwetenschap.
De fenomenologie was de eerste filosofische stroming waar Van der Hoeven diep-
gaand studie van maakte. In het jaar dat hij in Leiden zijn doctoraalexamen filosofie
aflegde, in i960, verscheen Sartre's Critique de la raison dialectique. In de inleiding
van zijn proefschrift. Kritische ondervraging van de fenomenologische rede, waar
hij drie jaar later op zou promoveren, schreef hij dat '[djoorslaggevend voor de de-
finitieve keus van het onderwerp en de titel van dit proefschrift was de verschijning'
van het genoemde werk van Sartre.^^ Hij werd geboeid door de vraag welk motief
schuil ging achter de ontwikkeling van Sartre's denken in L'être et Ie néant (1943)
en het genoemde werk uit i960. Vervolgens kwam de hele fenomenologische bewe-
ging in beeld. Hij behandelde Scheler en Dilthey, Husserl en Heidegger, Sartre en
Merleau-Ponty. Intussen was het de lezer van het proefschrift niet ontgaan dat op de
titelpagina J e e / / vermeld stond. In de genoemde inleiding schreef Van der Hoeven
dat 'het gekozen onderwerp dermate veelomvattend en het gezochte spoor in zijn
verloop vaak zo gecompliceerd [bleek], dat wij ons genoodzaakt zagen, het onder-
27 Brief faculteitsbestuur aan Personeelszaken (17 augustus 1987), in Aertsen Personeelsdossier, 1994-54.
28 Van der Hoeven, Kritische ondervraging, p. 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's