Omstreden normalisering - pagina 321
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
8i Regtien(i988),p.p.i98-i99.
82 Definitie is van Raschke. Zie: Benicke (2009), p.16.
83 Gücher-Holtey, geciteerd door Benicke (2009), p.14. Ordening in vier ele-
menten gebaseerd op seminar- en scholingsstukken.-
84 Therborn (1982), pp. 15,30,31. Paardekooper (1983), p. 14. Zie ook commen-
taar van Boomkens c.s. (1982).
85 Marxen Engels (1845/46).
86 Althusser (1969/70).
87 Zie bijvoorbeeld themanummer TEU17 over ideologie.
88 Benschop (socionet 1990-1998). 'Klassen zijn als zodanig geen handelings-
en conflictbekwame actoren (klassen für sich), maar kennen wel een zekere
gemeenschappelijkheid van habitus, levensstijlen en culturen. Deze ge-
meenschappelijkheid vloeit niet rechtstreeks en vanzelfsprekend voort uit
klassenposities, maar ontstaat pas wanneer en in de mate dat er barrières be-
staan voor verticale mobiliteit tussen verschillende uitbuitings- en klassen-
posities. Uit sociale klassen ontstaan pas actuele conflictgroepen of politieke
actoren wanneer zij niet alleen een eigen klassenspecifieke habitus en levens-
stijl ontwikkelen, maar ook een collectieve identiteit, een klassenbewustzijn.
Collectieve actoren en sociale bewegingen op klassenbasis veronderstellen
altijd een zekere mate aan gemeenschappelijkheid in definities van de eigen
belangen en die van de klassentegenstanders, van na te streven doelen en
programma's voor verandering, van handelingsstrategie en tactiek. Een min
of meer ontwikkeld klassenbewustzijn leidt echter niet automatisch tot poli-
tiek klassehandelen. Sociale klassen kunnen dus de grondslag vormen van
politiek klassenhandelen, maar dit is niet automatisch of noodzakelijk het
geval'.
89 Klandermans (1997),r/?esodfl/p57cho/og)/o/profe5f, pp.16-21 en 38-40.
90 Ontleend aan Van Noort (1988), met eigen interpretaties.
91 Jansen (1980,1983).
92 Tromp (1988), p. 17. De bezetting van het Maagdenhuis luidde volgens hem
de ondergang van de progressieve studentenbeweging in Nederland in.
93 Engelen in Krisis 2010, issue I.
94 De casestudy is geen eigenstandige methode, alhoewel deze wel vaak zo
wordt gepresenteerd. In een casestudy kunnen namelijk diverse methoden
(zowel kwantitatief als kwalitatief) worden toegepast. In een casestudy blijft
de bestudeerde casus in de natuurlijke omgeving, er wordt geen experimen-
tele situatie gecreëerd. De onderzoeker heeft weinig controle op de situatie.
Het hoofddoel ligt bij het doorgronden van de casus zelf, maar elementen
van onderzoekvsormen als experiment en swrvey kunnen aan de orde komen
in een casestudy.
319
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's