Een handvol filosofen - pagina 116
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
112 / / Nieuwe filosofische Uitdagingen (i^i8-i^4)
subjectieve denk-pool', waarbij het ik in het denken is opgesloten Dooyeweerd wil
de duidelijk maken dat het ik zich zowel in het denken als in andere functies uit-
drukt, maar dat het m geen van die functies opgaat Integendeel, het ik transcendeert
het denken en andere functies Volgens hem behoort het ik van de mens zijn vaste
'standplaats' te kiezen m een idee die boven de zm-verscheidenheid en zm-samen
hang uitgaat, namelijk in de idee van de zin-totaliteit van de kosmos Deze stand-
plaats van de idee van de zin-totahteit, die hij het 'archimedisch punt' van zijn filoso-
fie noemde, impliceert een verwijzing naar de zin-gevende 'oorsprong' van de
geschapen werkelijkheid, deze hele werkelijkheid bestaat uit, door en tot die 'oor-
sprong' Dit verwijzend karakter van de geschapen werkelijkheid naar haar 'oor-
sprong' stempelt het zm-karakter van de werkelijkheid Vandaar Dooyeweerds mar-
kante uitspraak 'De zm is het zijn van alle creatuurhjke zijnde' '^ Dat wil zeggen dat
mets in de werkelijkheid op of uit zichzelf zm heeft of dat de mens aan de werkelijk-
heid zin toekent, maar dat de werkelijkheid zm is vanwege haar creatuurlijkheid
Dooyeweerd beschouwde het ik als het concentratiepunt van de menselijke exi-
stentie HIJ noemde het ik het hart de boventijdelijke, 'transcendente wortel van het
menselijk bestaan' ' " Vanuit zijn hart maakte Dooyeweerd een religieuze keuze voor
een 'archimedisch punt' in de zin-totahteit van de werkelijkheid, die verwijst naar de
zin-oorsprong Deze filosofische grondideeën van zm-totahteit en zin-oorsprong
noemde hij de wetsidee van zijn calvinistische filosofie "* Met deze opvatting van de
wetsidee wdde hij van zijn filosofie geen theologie maken, maar wilde hij ernst ma-
ken met het filosofisch onderzoek naar de zmverscheidenheid en -samenhang in de
menselijke ervaringswereld In de volgende hoofdstukken van het eerste deel analy-
seerde Dooyeweerd de antinomieën m verscheidene humanistisch-filosofische theo-
rieën, met name in de kantiaanse kentheone
Het tweede deel was hoofdzakelijk gewijd aan de theorie van de wetskringen, die
een filosofische uiteenzetting bevat van de vele zin-zijden van de werkelijkheid Hij
legde uit dat elke wetskrmg een onherleidbare zin-kern heeft en dat tussen de wets-
kringen velerlei onderlinge verbindingen bestaan van retrocipaties en anticipaties
Het derde deel werd in beslag genomen door een behandeling van de individuali-
teitsstructuren van dingen en samenlevingsverbanden Om de mdividuahteitstruc-
tuur van een tafel te analyseren, onderscheidde hij een funderende en een kwalifice-
rende functie. Zo was volgens hem een tafel als meubelstuk gefundeerd in de
historische wetskrmg van cultuurvorming Haar kwalificerende functie ligt meestal
m de sociale wetskrmg van de omgang van mensen Indien een tafel om haar artistie-
ke waarde wordt gewaardeerd, dan is zij een esthetisch gekwalificeerd object Indien
bij een boedelscheiding een meubelstuk een voorwerp wordt van een juridisch ge
schil, dan functioneert het als een juridisch object
Voor een samenlevingsverband gold een vergelijkbare argumentatie Huwelijk en
gezin beschouwde hij als gefundeerd in de biotische wetskrmg, vanwege seksuele
omgang, respectievelijk procreatie, en gekwalificeerd door de ethische wetskrmg van
de liefde De staat werd m zijn filosofie gefundeerd in de historische wetskrmg van
138 Dooyeweerd, De wijsbegeerte der wetsidee, deel I, pp 6, 8 11
139 V>ooyf^QQr^, De wiphegeerte der wetsidee, dce[\,^ 30 De woorden boventijdelijk en transcendent ver
wijzen naar zintotahteit en oorsprong Boventijdelijk betekent geen partieel theïsme (dat Vollenhoven beknti
seerde) Het woord oorsprong doet denken aan de oud Griekse arche (oerbeginsel), maai verwijst bij Dooye
weerd naar God als schepper Deze en andere traditionele metafysische onderscheidingen hadden een nagalm in
Dooyeweerds werk, zie kritiek van Th de Boer, hoofdstuk V I C i i
140 Dooyeweerd, De wijsbegeerte der wetsidee, deel I, pp 39, 57
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's