Omstreden normalisering - pagina 134
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
ten, wat brengt ze in beweging?' Van den Brink maakt een belangrijk
punt. Veel radicale studenten hebben een wat moeizame relatie met
materiële belangenbehartiging. Ze zien het opkomen voor sociaaleco-
nomische belangen als iets plats en weinig verhevens. Dit type belan-
genstrijd sluit niet aan bij hun gevoelens van onbehagen en verlangen;
bij hun maatschappelijk engagement, bij wat hun kracht geeft. Hun
gedrevenheid is niet primair gebaseerd op de eigen directe materiële
belangen. Die zijn bovendien toch maar tijdelijk. Na het afstuderen
lonken beroepspraktijken die maar weinig van doen hebben met de
hun materiële studentenbelangen. Radicale studenten laten zich liever
aanspreken op een andere, betere samenleving, op externe democrati-
sering, ontvoogding, emancipatie en individualisering, op het bestrij-
den van uitbuiting en onderdrukking- met daarbij passende culturele
uitingen (bijvoorbeeld popmuziek) en politieke vormen (debat, pola-
risatie, strijd) - liefst gepaard gaand met enige lol. De Vietnamoorlog
is niet toevallig voor veel studenten het zinnebeeld van het kwade en
goede in de wereld. De oorlog appelleert aan een schuldbesef dat veel
studenten voelen wanneer zij via televisie geconfronteerd worden met
armoede, onderdrukking en uitbuiting in grote delen van de wereld.
Het motiveert hen om in beweging te komen. Albert Benschop komt
in 1971 met het statement dat de studentenbeweging door de oorlog in
Vietnam een omslag heeft weten te maken van identificatie met lijden-
de volkeren naar identificatie met strijdende volkeren. De studenten-
beweging richt zich daarom voortaan, aldus Benschop, op het leveren
van een actieve bijdrage aan de strijd van de bevrijdingsbewegingen in
Nederland, bijvoorbeeld door actie te voeren tegen de NATO-poli-
tiek.* VU-specifiek uit deze omslag zich in kritiek die radicale studen-
ten hebben op het actiecomité Hulp Ontwikkelingslanden, dat na het
corpscongres 'De Verre Naaste' in 1961 is opgericht (zie hoofdstuk III).
Het Imperialisme Kollektief, een KRAK-initiatief, noteert: 'de actie-
water-en-brood' (de leus van het actiecomité Hulp, cp) zet de politiek
buiten de deur en schroeft alles terug tot puur individuele en abstracte
betrokkenheid. Dat levert geen bijdrage aan de anti-kapitalistische be-
weging.'7 Een illustratief voorbeeld van het grote verschil tussen het
soms abstracte marxistische en politieke verzet van de leiders van de
radicale studentenbeweging en de idealistische, praktische bijdragen
die oecumenische groepen proberen te leveren aan de strijd tegen
honger en armoede in de wereld.
Toch is ook de radicale studentenbeweging toenemend gericht op
het leveren van praktische bijdragen. De gedrevenheid om bijdragen
132
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's