Omstreden normalisering - pagina 193
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
stuur aan zijn zijde. Zo merkt rector magnificus LA. Diepenhorst, al-
tijd goed voor een stevige uitspraak, bij de opening van het academi-
sche jaar 1974/75 op dat 'gelezen op de manier waarop de duivel de
Bijbel raadpleegt, de WUB een enigermate vlot universitair bestuur
verhindert.''*^ De staatssecretaris wil via wetswijzigingen de positie van
de bestuurders versterken. Hun bevoegdheden en instrumenten moe-
ten worden uitgebreid. Het betreft onder meer de samenstelling van
faculteitsbesturen en examencommissies. Het passief kiesrecht van
studenten wordt beperkt; de mogelijkheid voor studenten om lid te
zijn van vakgroepsbesturen wordt aanzienlijk ingesnoerd. De rol van
hoogleraren binnen de vakgroepen wordt fors versterkt, de positie van
het college van bestuur ten opzichte van de universiteitsraad aange-
scherpt (bijvoorbeeld studentenvoorzieningen, personeelsbeleid). De
minister op zijn beurt krijgt meer grip op de benoeming van collegele-
den en op de buitenleden van de universiteitsraad, ook krijgt hij meer
bevoegdheden inzake het verkrijgen van inlichtingen en het vernieti-
gen van besluiten. De staatssecretaris wil aldus meer balans brengen
tussen democratie en bestuurbaarheid. Net voor de val van het kabi-
net-Den Uyl weet hij in 1977 de Wet verlenging van de werkingsduur
en wijziging van de WUB 1970 in het Staatsblad te krijgen. Oud-minis-
ter Veringa kan goed leven met de aanpassingen die Klein doorvoert.
Wat Klein met zijn wijzigingen beoogt - bijvoorbeeld meer bevoegd-
heden van het college van bestuur - was ook zijn bedoeling geweest. Er
waren in de praktijk interpretatieverschillen ontstaan en het was no-
dig om die weg te nemen. Enigszins vilein voegt Veringa hieraan toe
dat de wetswijzigingen in feite een terechtwijzing zijn voor de wijze
waarop alle groepen binnen de universiteiten de wet gebruiken.^* De
studentenvakbonden kunnen zich niet vinden in deze wijzigingen. Ze
zijn echter niet in staat grote groepen studenten en bondgenoten te
mobiliseren om de veranderingen effectief te bestrijden.
De VU-bestuurders raken eraan gewend dat studenten voluit mee-
doen aan de universitaire democratie, en zelf bepalen wie in raden en
commissies zitting nemen. Ook de radicale studenten zitten midden
in een gewenningsproces. Ze worden, aldus de auteurs van Bijzondere
Studenten, 'zetelbezetters'. Met het aantreden van de PKV-fractie in de
universiteitsraad in 1972 en parallel hieraan met het aantreden van stu-
dentenfracties in faculteiten en vakgroepen gaan logica en spelregels
van de universitaire democratie een belangrijke rol spelen in strategie
en gedrag van de radicale studentenbeweging. De PKV-fraties gaan
191
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's