Een handvol filosofen - pagina 176
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
V Centrale Interfaculteit (1964-1987)
A VOORSPEL EN BEGIN
I Tumultueuze veranderingen
De jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw zijn de geschiedenis ingegaan als
de periode van de 'studentenrevolutie'. Aan vrijwel alle westerse universiteiten kwa-
men met name marxistisch geïnspireerde studenten in opstand tegen de autoritaire
structuren van de universitaire organisatie. Zij streden voor een democratisering van
de universiteit en eisten inspraak op alle niveaus van haar organisatie. In het voor-
jaar van 1968 braken opstanden van studenten uit aan universiteiten in Californië
en aan Columbia University in New York, die oversloegen naar Berlijn en Parijs.
In het volgende jaar werd in Nederland de aula van de universiteit in Tilburg door
studenten bezet, gevolgd door een bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurscen-
trum van de Universiteit van Amsterdam. Ook verscheidene gebouwen van de Vrije
Universiteit werden door studenten bezet.
Aan Nederlandse universiteiten was in de loop van de jaren zestig bij de studen-
ten en wetenschappelijk medewerkers reeds de behoefte gegroeid aan inspraak in
het beleid van de faculteitsbesturen. De hoogleraren die destijds in de faculteiten de
dienst uitmaakten, bleken bereid - aanvankelijk met aarzeling, maar na verloop van
tijd met meer openheid - om in hun vergaderingen met leden van de wetenschap-
pelijke staf te overleggen. Van democratisering van de facultaire en universitaire or-
ganisatie was echter nog geen sprake. De felle studentenprotesten in 1968 en vol-
gende jaren - niet voor niets een studentenrevolutie genoemd - hadden echter een
beweging van democratisei"ing aan de Nederlandse universiteiten teweeggebracht,
die niet alleen de bestuurders van de universiteiten maar ook politici had geschokt.
De regering was van oordeel dat zij de democratisering van het universitaire bestuur
in wettelijke banen moest leiden, teneinde de reeds ontstane bestuurlijke chaos aan
verscheidene universiteiten in te dammen. Het gevolg was dat in 1970 de Wet Uni-
versitaire Bestuurshervorming van kracht werd, die een vorm van democratisering
van organisatie en bestuur van de universiteiten introduceerde; in de faculteiten
werden faculteitsraden en vakgroepen ingesteld. Hoe tumultueus de studentenpro-
testen aanvankelijk ook waren, in de tweede helft van de jaren zeventig nam het ac-
tivisme van de studenten af en in de jaren tachtig was hun betrokkenheid bij de de-
mocratiseringsprocessen van de universiteit nog slechts minimaal.
Enkele jaren voor het uitbreken van de studentenrevolutie waren aan de Neder-
landse universiteiten de centrale interfaculteiten ingesteld. In de Wet op het Weten-
schappelijk Onderwijs van i960, die in 1961 in werking trad, was in artikel 17 be-
paald dat elke universiteit een Centrale Interfaculteit moest instellen, 'welke in elk
geval de wijsbegeerte omvat'. De inrichting van de Centrale Interfaculteit zou wor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's