Een handvol filosofen - pagina 235
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
4 A. Troost- ethicus met een beperkte visie op ethiek 231
Zoals uit zijn inaugurele rede al bleek, hield Troost zich als ethicus wèl met actuele
maatschappelijke, economische en politieke vraagstukken bezig.'' Zulke vraagstuk-
ken besprak hij vanuit zijn christelijke levens- en werkelijkheidsbeschouwing die
haar uitwerking kreeg in zijn systematisch-filosofische kosmologie. In deze kosmo-
logie stond centraal (wat hij in de trant van de calvinistische wijsbegeerte formuleer-
de): het christelijk scheppingsgeloof en 'het inzicht in de permanente afhankelijk-
heidsrelatie van het geschapene jegens God, via de levenswetten van de Goddelijke
wetsorde'.^^ Maar met een ethische bestudering van die actuele vraagstukken hield
hij zich nauwelijks bezig, omdat daar volgens hem een deskundigheid voor vereist
was die hem ontbrak. De vraag wat bijvoorbeeld in ethische zin goed was voor een
patient, kon volgens hem slechts door een arts of een verpleegkundige worden be-
antwoord. De reeds eerder gestelde vraag naar de eigen inbreng van de ethicus in-
zake de vermogensaanwasdeling werd door Troost niet beantwoord. Met zijn op-
vattingen van ethiek als een strikt theoretische wetenschap en praxeologie als een
theoretisch-filosofische uitwerking ervan was Troost op het terrein van de ethiek
een eigenzinnige en eenzame vertolker van de calvinistische wijsbegeerte.'^
In zijn onderwijs ging Troost doorgaans nogal schools te werk. Niet alleen de
streng-systematische opzet van zijn collegestof, maar vooral het voorlezen van zijn
collegeaantekeningen kwam de levendigheid van zijn voordracht niet ten goede.
Vragen van studenten werden vaak afgedaan met de vriendelijke opmerking dat
deze vragen prematuur waren en, gezien de systematiek van zijn collegestof, pas la-
ter konden worden behandeld. In discussies was flexibiliteit niet zijn grootste gave.
De studenten van de Centrale Interfaculteit gingen desondanks de discussie met
hem niet uit de weg. Zij stelden kritische vragen over onderdelen van de stof en over
de calvinistische wijsbegeerte die het kader vormde waarbinnen deze onderdelen
hun plaats hadden. Maar Troost gaf geen krimp. Ook konden zij hun irritatie nau-
welijks verborgen houden bij het onbeantwoord blijven van de vragen: waar gaat
het om in de wijsgerige ethiek en waarom zou de ethiek niet op de praktijk gericht
zijn? Zij hadden de indruk dat Troost deze vragen niet duidelijk kon beantwoorden.
Totaal anders reageerden in de jaren zeventig de studenten van de Subfaculteit der
Pedagogische en Andragogische Wetenschappen. Zij hadden verwacht van Troost
colleges sociale ethiek te krijgen, waarin ethische aspecten van het pedagogisch han-
delen zouden worden besproken. Overigens koesterden ook Troosts collega's deze
verwachting, omdat bij zijn benoeming nadrukkelijk was afgesproken dat hij on-
9j Zie Troost, Kerkelijke verantwoordelijkheid voor de politiek en artikelen over diverse onderwerpen in
Troost, Geen aardse macht begeren wij O o k Troost, 'Verstoorde moraal' Zie Troost, interview in R Teunis,
Niet bij brood alleen, pp 143-144
96 Troost, 'Verstoorde moraal', p 24
97 Zie Blokhuis,'Andre Troost ethicus tegen de ethiek' Wanneer Klapwijk ('Honderd jaar filosofie', p 573)
opmerkt dat Troost in de lijn staat van 'de eerder genoemde Geesink, althans voorzover deze de traditionele pro-
testantse theologische ethiek verbreedde en verbond met antropologie, pedagogiek en psychologie, haar boven-
dien fundeerde in het geloof aan "'s Heeren ordinantien", dan bedenke men dat Troost op essentiële punten van
zijn verre voorganger verschilde' Geesink sprak over de door God geschapen wereldorde, waarin de goddelijke
Logos werkzaam was, terwijl Troost van z 1 speculatieve ideeën omtrent de Logos niets wilde weten. Verder
sprak Geesink onder de noemer van de ethiek over vele onderwerpen die Troost rekende tot het 'academische
studievak ethiek' en die niet behoorden tot het z.i. beperkte terrein van de ethiek Bovendien verbond Troost
in zijn praxeologie (een filosofisch concept dat bij Geesink totaal afwezig was) de ethiek wel met de wijsgerige
antropologie, maar slechts indirect met de pedagogiek en de psychologie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's