Omstreden normalisering - pagina 103
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
denten actiefin facultaire studiegroepen, herstructureringscommissies
en universitaire structuurcommissies.'^* De grote manifestaties, de-
monstraties en bezettingen in vrijwel alle studentensteden blijken -
achteraf bezien - de afsluiting te zijn van de revolteperiode, en zeker
geen nieuw begin in te luiden. Hans Righart betitelt de bezettingen dan
ook als 'een goedmoedige parodie op het 'Parijse drama', dat een jaar
eerder heeft plaatsgevonden. Volgens Righart zijn de jaren zestig in Ne-
derland dan al over hun hoogtepunt heen. De acties hebben het karak-
ter van een slotakkoord: de studenten zijn 'hekkensluiters'. 'Mei 1968'
(Parijs) heeft in Nederland in juni 1966 plaatsgevonden met de op-
komst van de Provobeweging en de rellen rondom het het huwelijk van
kroonprinses Beatrix met de duitser Claus von Amsberg.'^'
Het optreden van het kabinet-De Jong en in het bijzonder van mi-
nister Veringa heeft bevorderd, zo betogen verscheidene auteurs, dat
het tij snel verloopt.'"'" Toenmalig minister-president Piet de Jong is
het hier vanzelfsprekend graag mee eens. Met zijn beleid van 'verend
opvangen' wil hij laten zien dat het zelfs bij heftige polarisatie mogelijk
is de irratio, van zowel de ene als de andere kant, met de ratio te ver-
zoenen. Zo keert hij zich tijdens zijn premierschap tegen een minister
die met politiegeweld een einde wU maken aan een bezetting van de
Nachtwachtzaal in het Rijksmuseum: 'Laat ze maar zitten. Ze krijgen
vanzelf honger en ze steken er nog wat van op.'"*' Op de vraag of hij,
achteraf, vindt dat er tijdens zijn regering een revolutie in Nederland is
geweest? 'Ach nee. Revolutie, dat was in Rusland na de Eerste Wereld-
oorlog. Bij ons waren het ongeregeldheden.''4^ Volgens historicus Han
van der Horst trad het kabinet van alle kanten sussend en kalmerend
op, zonder dat het zich van de vastgestelde koers liet afbrengen. De
Jong en Veringa schiepen een geestelijk klimaat waarin de onvrede en
de opstandigheid van de jaren zestig in brede beddingen konden wor-
den geleid. 'Zo losten de vernieuwingsdrang en de revolte zich op en
kon de gevestigde orde zich met enkele accentverschuivingen handha-
ven.''43 Een wat al te rooskleurige voorstelling van zaken, zo zullen we
nog zien. Feit is wel dat minister Veringa besluit de boel niet op zijn
beloop te laten. In 1970 spreekt hij in de Eerste Kamer over 'structuren
die verstard en versteend' zijn.''*'' Hij vindt het, in het licht van de grote
maatschappelijke onrust, onverantwoord langer te wachten met het
doorvoeren van veranderingen in het bestuur. Hij heeft daarbij, naar
eigen zeggen, altijd oog gehouden voor de samenhang tussen de bran-
dende vraagstukken, te weten de herstructurering van het weten-
schappelijk onderwijs, de noodzaak om de positie van de staf te ver-
101
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's