Omstreden normalisering - pagina 195
Hoe de Vrije Univseriteit veranderde in de lange jaren zeventig
september 1975. Diepenhorst richt zijn pijlen in het bijzonder op het
PKV-raadslid Johan de Jong, student Andragologie en lid van de CPN.
De aanval op zijn raadlidmaatschap komt voor vrijwel iedereen als
donderslag bij heldere hemel. Diepenhorst verwijt in zijn boutades
studenten die het dagblad De Waarheid lezen en wülen meebesturen
in de VU een gebrek aan oprechtheid, 'omdat zij mee willen besturen
vanuit een visie, die niet die van de Vrije Universiteit is.' Diepenhorst
gebruikt als zijn retorische kwaliteiten om zijn stellingname kracht bij
te zetten.
De vereniging tot bescherming van dieren vraagt als secretaris
geen kattenmepper, zelfs al zegt die persoon de doelstellingen
van de vereniging zoveel als hij vermag te zullen dienen. Mij
persoonlijk zou men voor gek verklaren als ik als redacteur bij
De Waarheid zou solliciteren, afgezien daarvan dat men mij bij
dat blad niet zal aanstellen.'"
Diepenhorst wil de 'Dan wel verklaring', het compromis uit 1972, open-
breken in een ultieme poging van de VU weer een bijzondere universi-
teit te maken, zo is in elk geval het gevoelen binnen de radicale studen-
tenbeweging. In conservatief reformatorische kring wordt Diepenhorst
geroemd om het krachtige weerwerk dat hij biedt aan de 'onstuimige
vernielingsdrift' van de radicale studentenbeweging.'^ Het initiatief van
Diepenhorst kan worden gezien als een reactie op conflicten en contro-
versen die vooral in de faculteiten spelen rondom benoemingen, in het
bijzonder bij de sociale wetenschappen. Bijvoorbeeld in de subfaculteit
Sociaal-culturele wetenschappen over de samenstelling van benoe-
mingscommissies. De hoogleraren Kuypers (Politicologie) en Oosten-
brink (Staats- en bestuursrecht) hebben daar de boel op scherp gezet
met hun opstelling niet met een communist of lezer van De Waarheid
in een commissie zitting te willen hebben. Door hun opstelling komen
ordentelijke besluitvormingsprocedures in het gedrang, omdat benoe-
mingscommissies zonder hoogleraren als Kuypers en Oostenbrink ei-
genlijk niet aan de slag kunnen. Deze affaires vergen bovendien veel tijd
en energie, en ze zijn ook niet goed voor de betrekkingen binnen het
wetenschappelijk corps. De hoogleraren dreigen geïsoleerd te raken.
Zeker als de studentenfractie de subfaculteitsraden uitdaagt moties te-
gen politieke discriminatie aan te nemen. Zo neemt de subfaculteits-
raad van Sociaal-culturele wetenschappen februari 1976 unaniem een
motie aan. De motie bevat een principieel en eenduidig uitgangspunt
193
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 388 Pagina's