Een handvol filosofen - pagina 22
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
18 I Fragiel begin (1880-1^18)
nanciéle consequenties kon instaan. De
heren kenden Hovy goed genoeg om te
weten dat hij die vraag niet zou opperen
zonder over de financiën te hebben na-
gedacht. Zij waren weer gaan zitten en
er was een gedachtewissehng op gang
gekomen waarin zelfs enig enthousias-
me te bespeuren viel.
Het was al weer jaren geleden dat
Abraham Kuyper in het kerkelijk
weekblad De Heraut en in het antire-
volutionaire dagblad De Standaard had
geschreven over een van de staat en de
kerk onafhankelijke 'vrije Christelijke
universiteit', die hij kortweg 'vrije uni-
versiteit' had genoemd.* Hij had met
vuur betoogd dat een theologisch se-
minarie niet genoeg was. Het volk had
een universiteit nodig die christenstu-
denten zou opleiden tot arts, jurist, let-
W. Hovy terkundige, wijsgeer en staatsman. On-
danks enkele mislukte pogingen om
zo'n universiteit van de grond te krijgen, was het bij woorden gebleven. Na 1876
waren de kansen echter gekeerd.
In dat jaar was de herziene Wet op het Hoger Onderwijs tot stand gekomen, die
een jaar later van kracht werd en die expliciet de mogelijkheid bood tot het stich-
ten van bijzondere universiteiten. De heren die bij Hovy thuis overlegden, waren
ervan overtuigd dat in de orthodoxe vleugel van de hervormde kerk professorabele
personen te vinden waren. Maar ook al had men mooie idealen en capabele mensen,
zonder geld kon men geen universiteit stichten. Voor het oprichten van een bijzon-
dere universiteit was een wettelijk verplicht startkapitaal van honderdduizend gul-
den nodig.' Toch namen de heren op die decemberochtend in 1877 het initiatief om
de mogelijkheden tot het oprichten van een gereformeerde, vrije universiteit nader
te onderzoeken. In een volgende vergadering zouden zij de financiën bespreken. Zij
wilden een gereformeerde universiteit; gereformeerd beschouwden zij als een ereti-
tel. Het was de oude naam van de hervormde kerk van voor 1816 en sindsdien een
aanduiding van de orthodoxe stroming in deze kerk.
In januari 1878 kwamen de initiatiefnemers opnieuw bij Hovy thuis om voor-
al over de financiële consequenties van hun plan te spreken. In deze vergadering
voegde Hovy de daad bij het woord en zei hij toe vijfentwintigduizend gulden be-
schikbaar te stellen voor het stichten van de nieuwe universiteit. Bovendien zou hij
op korte termijn gesprekken voeren met de heer Th. Sanders, effectenmakelaar in
8 Zie drie artikelen van Kuyper over de 'Wet op het Hooger Onderwijs' in De Heraut (21 en 28 januari en 4
februari 1870) Ook Kuypers artikelen m De Standaard (21 en 23 december 1872), die later (in 1879) als bijlagen
werden opgenomen m 'Ons Program', pp. 4^4-4')^
9 Voor een beschrijving van de bepalingen van die wet, zie Donner, De vrijheid van het bijzonder wetenschap-
pelijk onderwijs, pp 29-45, 5^-59
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's