Een handvol filosofen - pagina 175
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
10 Terugblik 171
verwerken. Zijn onderwijs werd onderwerp van een kritische discussie en het eerste
deel van zijn Geschiedenis der wijsbegeerte werd door enkele recensenten dermate
negatief beoordeeld, dat hij geen financiële steun kreeg voor het tweede deel.
Vollenhoven en Dooyeweerd hadden gedurende bijna veertig jaar hun stempel
gezet op het filosofisch onderwijs en onderzoek aan de Vrije Universiteit. De door
hen geïnitieerde calvinistische wijsbegeerte was tot een internationale beweging
uitgegroeid. Met name rond Dooyeweerds systematische filosofie was in en bui-
ten Nederland een school ontstaan. Vollenhovens historisch-filosofisch onderzoek
leidde in Nederland nauwelijks en in het buitenland in beperkte mate tot navolging.
Vollenhoven en Dooyeweerd zagen de zin van hun werk in het ontwikkelen van
een calvinistische wijsbegeerte, die uitdrukking zou geven aan de zin-verscheiden-
heid en zin-samenhang van de geschapen werkelijkheid die verwijst naar God als
schepper. Deze religieuze verwijzing bepaalt ook de door hen bewerkte schoolvor-
ming: hun filosofische geestverwanten waren ook religieuze geestverwanten.
Tot hun filosofische geestverwanten behoorden onder anderen Zuidema en Smit,
die beiden na de oorlog een benoeming tot hoogleraar kregen. Hun benoeming kan
worden beschouwd als een consolidatie van de calvinistische wijsbegeerte aan de
Vrije Universiteit. Zuidema was een scherpzinnig filosoof die een uitzonderlijk ta-
lent had voor het kritisch analyseren van teksten. In zijn talent lag echter zijn gevaar.
Hij wist vaak geen maat te houden, kon het werk van anderen kapot analyseren en
kwam niet tot een constructieve dialoog. Ook aan een constructieve uitbouw van de
calvinistische wijsbegeerte kwam hij niet toe. Smit had deze constructieve intentie
wel. Anders dan Zuidema was hij niet confronterend, maar hij ging in zijn publica-
ties omtrent een christelijke geschiedenisbeschouwing voorzichtig formulerend te
werk.
In de jaren zestig van de twintigste eeuw zou de filosofie aan de Vrije Universiteit
organisatorisch en ten dele ook inhoudelijk een nieuwe fase ingaan. Alle filosofisch
onderwijs en onderzoek werd in 1964 ondergebracht in een zelfstandige faculteit,
de Centrale Interfaculteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's