Een handvol filosofen - pagina 150
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
146 /V Consolidatie en kritiek (1^4^-1^64)
Dat Vollenhovens boek was uitgegeven met steun van zwo (Nederlandse Organi-
satie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek), was voor zijn critici onaanvaard-
baar.^^ Hun oordeel zou niet zonder effect blijven. Een nieuwe subsidieaanvraag van
VoUenhoven bij zwo ter voorbereiding van deel II werd afgewezen.
Hij had het eerste deel kunnen voltooien dankzij de hulp van twee door zwo ge-
financierde assistenten, P. den Ottolander en S.S. Goslinga - de eerste assistenten
voor filosofie aan de Vrije Universiteit. Zij hadden zijn kaartsysteem bijgehouden
en de teksten en noten gecontroleerd. Naast zijn veelomvattende onderwijstaken
zag VoUenhoven geen kans om het tweede deel zonder assistentie te schrijven.
Tegenover zijn collega's liet hij zijn teleurstelling nauwelijks merken. Hij zag na-
tuurlijk wel dat Dooyeweerds carrière meer glans had dan de zijne, maar hij was
een hoogstaand mens die geen zweem van afgunst kende. Hij kon Dooyeweerd in
1949 feliciteren met zijn benoeming tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akade-
mie van Wetenschappen en een paar jaar later met de publicatie van zijn hoofdwerk
A New Critique of Theoretical Thought, die wel door zwo werd gesubsidieerd.
VoUenhoven zou bezig blijven met zijn onderzoek van de geschiedenis van de filo-
sofie volgens de probleemhistorische methode. In privatissima maakte hij een klein
groepje van toegewijde leerlingen vertrouwd met de resultaten ervan, die hij voor
een bredere lezerskring publiceerde in artikelen in Philosophia Reformata. Maar met
het verschijnen van het eerste deel bleef zijn groots opgezette project onvoltooid.^'
5 Wijsgerige vorming (i)
De verplichte filosofiecolleges voor alle eerstejaars van de universiteit, destijds de
'filosofische propedeuse' genoemd, werden niet alleen door VoUenhoven, maar ook
door de besturende colleges en de meeste hoogleraren beschouwd als fundamen-
teel en derhalve onmisbaar voor een academische studie. Reeds vanaf de oprichting
van de universiteit was in de propedeuse met name aandacht besteed aan logica en
kennisleer, en ook aan de geschiedenis van de filosofie om enig inzicht te krijgen in
diverse filosofische stromingen en hun invloed op vakwetenschappelijke en maat-
schappelijke problemen. De hoogleraren die gedurende de eerste decennia na de
stichting van de Vrije Universiteit de filosofische vakken hadden gegeven, gebruik-
ten literatuur die ook aan andere universiteiten gangbaar was, weliswaar voorzien
van kritische beschouwingen die ontleend waren aan de calvinistische levens- en
wereldbeschouwing. Sinds de benoeming van VoUenhoven in 1926 was deze situ-
atie veranderd. Zijn onderwijs was in alle onderdelen doortrokken van zijn calvi-
nistische wijsbegeerte. De verplichte filosofiecolleges voor de eerstejaars, die in de
jaren zestig de naam 'wijsgerige vorming' kregen, waren colleges in zijn calvinisti-
sche wijsbegeerte.
Na de tweede wereldoorlog kreeg VoUenhoven openlijke kritiek op deze colleges
te incasseren. De Faculteit der Godgeleerdheid had na de oorlog een andere samen-
27 ZWO was de voorgangster van Nwo (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek)
28 Zie Stelhngwerff, VoUenhoven, pp 195-197, 199-203 Over Vollenhovens systematische filosofie en zi|n
probleemhistorische methode verschenen de volgende proefschriften. K A. Bril, Westerse denkstructm en (198e),
J H Kok, VoUenhoven His Early Development (1992) en A Tol, Philosophy m the Making (2010) Zie ook de
studie van Tol en Bril, VoUenhoven als wijsgeey (1992)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's