Een handvol filosofen - pagina 225
Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012
J CA. van Peursen: filosoof van de communicatie 111
nieuwe ervaringen en met inzichten die theoretische kennis omvatten en o o k te bui-
tengaan/'' H o e w e l nauw verwant aan zijn reeds genoemde deiktische ontologie, was
zijn filosofisch surrealisme wellicht een meer toegankelijke typering om zijn manier
van filosoferen in een breder kader te plaatsen/'
Een ander genre vormden Van Peursens publicaties over geloof en theologie, maar
ook daarm was de methode van wisselwerkmg aanwezig. In 1967 verscheen het boek
HIJ IS het weer! - het ging niet over een godheid in het algemeen, maar over een be-
paalde God die m Bijbelse geschiedenissen, gebeurtenissen en ontmoetingen van al-
ledag gaandeweg een zinvolle en unieke naam krijgt. Het is de verrassende herken-
ning van de bevrijdende Aanwezige: Hij is het weer! Het zijn mensen die de betekenis
van het woord God ontdekken, als zij in hun eigen leven een reddende macht be-
speuren en deze indentificeren, tot hun verrassing, met de Godsnaam in de oude ver-
halen van Abraham, Izaak en Jacob - de naam die ook Mozes herkende. Van Peursen
betoogde dat de naam van God niet zomaar door mensen is bedacht en dat zij er ook
geen beslag op kunnen leggen, maar dat die naam wordt ontdekt als de niet te weer-
spreken overmacht van de Aanwezige. God als de werkzame Aanwezige - 'Hij is niet
"absoluut" in de zin van losgemaakt van het mensengebeuren, maar Hij is juist "rela-
tioneel" d.w.z. innerlijk zich aan de mensen verbindend. Zijn wezen is juist om in de
loop van de gebeurtenissen zich voor de mensen als een werkelijk reddende macht,
d.w.z. als "God", te betonen'.'"^
Hl] IS het het weer! was een uitwerking van de thematiek die in de jaren zestig werd
besproken op een Paasconferentie van de 'Woudschotenbeweging'. Deze beweging
vond haar oorsprong in een ontmoeting van enkele actieve leden van de Gerefor-
meerde Kerken: de hoogleraren W.F. de Gaay Fortman, C.A. van Peursen, R. Hooy-
kaas en ds. G. Toornvliet. Zij waren bezorgd over het dorre en matte klimaat, zowel
in het kerkelijk als in het persoonlijk leven van veel kerkleden. Zij signaleerden een
confessionalistische verstarring, waarin een levend belijden op de achtergrond raak-
te. Ook constateerden zij een antithetische houding tegenover andersdenkenden, die
vaak tot een krampachtige levensinstelling leidde die niet zonder hoogmoed was. Zij
74 Van Peursen, Na het postmodernisme, pp. 128, 134.
75 Zie Nauta,'Verwijzend filosoferen', pp i6i-ï6}
j6 Van Peursen, Hij is het weer', p. 21 Uitgebreider in Van Peursen, De Naam die geschiedenis maakt Het
geheim van de bijbelse godsnamen (Kampen, 1991) In de jaren zeventig maakte Van Peursen deel uit van een
deputaatschap, ingesteld door de generale synode van de Gereformeerde Kerken, om een rapport uit te brengen
over de aard van het Schriftgezag In het rapport, getiteld God met ons over de aard van het Schriftgezag
(Kerkinformatie, nr 113, Leusden, 1981), was de invloed van Van Peursen duidelijk te herkennen Enerzijds
werd de opvatting afgewezen dat de Bijbel objectief waar zou zijn, dat wil zeggen dat de inhoud ervan in over-
eenstemming zou zijn met de feitelijke toedracht of standen van zaken, alsof de waarheid voor het oprapen zou
liggen Anderzijds werd ook een subjectieve opvatting afgewezen, volgens welke menselijke ideeën en voorstel-
lingen bepalend zouden zijn voor wat Bijbelse waarheid is Zowel objectieve als subjectieve opvattingen zouden
leiden tot relativeringen van de waarheid ofwel zij zouden aan de waarheid van de Bijbel te kort doen Verdedigd
werd een relationeel waarheidsbegnp, waarbij het gaat om een mnige relatie tussen subject en object, de mens en
de Bijbel, waarin de waarheid zich openbaart Een christen gelooft, aldus het rapport, dat de waarheid uit God is
en dat deze waarheid hem wordt geopenbaard bij het gelovig lezen van de Bijbel, waarbij hij mag vertrouwen op
de leiding van de Heilige Geest of de werking van de goddelijke kracht De waarheid van God moet door mensen
worden ontdekt, opdat zij van de overmacht van Gods waarheid en genade kunnen getuigen Dan wordt de Bij-
bel niet versubjectiveerd of gerelativeerd, maar wordt erkend dat de boodschap boodschappers nodig heeft Het
kan geen verbazing wekken dat Van Riessen {Hoe is wetenschap mogelijk^, p 20) op grond van een objectieve
Bijbelopvatting protesteerde tegen de conclusie 'dat de waarheid Gods, Zijn openbaring, er pas is als mensenton-
gen in beweging komen. (.. ) In openbaring komt God naar de mensen toe, souverem en met een geschenk De
mens hoeft voor dit geschenk niets bij te dragen, hij heeft het slechts te ontvangen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2013
Publicaties VU-geschiedenis | 548 Pagina's