Grensgebied - pagina 32
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
het vertrouwde gereformeerde volksdeel, was al eerder moeizaam verlopen.
Het probleem deed zich het eerst voor in de jaren vijftig, toen de faculteit
Geneeskunde ontstond, waarmee de vu tot een volwaardige universiteit uit-
groeide. Daar vielen de eerste aarzelende pleidooien te beluisteren om soepe-
ler om te gaan met de grondslag. Voor het overige was men er echter redelijk
in geslaagd om de beide genoemde criteria met succes te combineren. Een
kleine universiteit kon voldoende personen vinden die zowel gekwalificeerd
waren voor hun functie als de grondslag wilden onderschrijven. Dat veran-
derde echter door de schaalvergroting die de universiteiten in de jaren zestig
doormaakten. Die vroeg om een sterke uitbreiding van personeel waardoor
het steeds lastiger bleek om gekwalificeerde medewerkers te vinden van wie
tevens het andere werd gevraagd. De vu kon haar rekruteringsveld niet meer
beperken en diende zich dus noodgedwongen te richten op een ruimer reser-
voir aan kandidaten. Op den duur had dit gevolgen voor de samenstelling van
het personeel.
De instemming met de grondslag gold wel voor het personeel, maar de
studenten waren ervan vrijgesteld. De nieuwe structuur op grond van de
Wet Universitaire Bestuurshervorming (1971) had echter ook voor hen in
dit opzicht gevolgen, omdat ze deel gingen uitmaken van bestuursorganen.
Daarmee werd de toepassing van de doelstelling (die inmiddels de grondslag
had vervangen) op hun geleding relevant. De doelstelling bleek, zo vonden
studenten, een bruikbaar instrument te zijn in handen van een machtselite,
een middel tot uitsluiting uit functies die langs democratische weg werden
vervuld. Dat gaf een extra dimensie aan de strijd van de studenten, die aan
andere universiteiten ontbrak (Van den Berg e.a., 1989).
Ik heb er al op gezinspeeld: de WUB introduceerde een nieuwe universitaire
bestuursvorm. Het studentenprotest resulteerde in 1971 in een nieuwe wet-
geving, waarin sommige democratische eisen van de studenten hun plaats
kregen. Dat was althans de bedoeling van de wet, die stoelde op twee hoofd-
gedachten (Jaarverslag Vereniging, 1971). Een van de twee beginselen was
dat de dagelijkse leidingvan de instelling berustte bij een centraal orgaan, het
College van Bestuur. Het College van Curatoren verviel en de oude Senaat
werd vervangen door een College van Decanen met minder bevoegdheden.
Maar de WUB berustte op nog een ander beginsel, waarop de studenteneisen
hun stempel hadden gedrukt: de opbouw van het bestuur vanuit de basis.
Die kwam tot uitdrukking op faculteitsniveau: nieuwe bestuurlijke en advi-
serende eenheden zoals de faculteitsraad, de vakgroep en de commissies op
diverse gebieden (onderwijs, onderzoek). De vakgroep verving de leerstoel,
de faculteitsraad werd door verkiezing samengesteld uit de drie geledingen
-30-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's