Grensgebied - pagina 62
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
kon zelf besluiten nemen op grond van een eigen budget waarin door de drie
alliantieleden zou worden voorzien (met, voeg ik toe, de Vereniging als ver-
reweg de grootste contribuant).
De omzetting naar een bestuur bracht volgens het curatorium helderheid
over de positie van de commissie (beoordeelde ze nu alleen projecten, of was
ze nog meer?) en de lijnen van verantwoording, die in de huidige situatie
onbevredigend waren. Zo ontstond een zelfstandige werkeenheid onder een
curatorium, met een doorzichtige structuur waarbinnen professionele pro-
grammamakers hun werkzaamheden konden verrichten.
Het voorstel ontving, mede door de helderheid en de oplossingen die het
schiep, in de commissie veel waardering. De verzelfstandiging stelde de com-
missie in staat als bestuur zichzelf vorm te geven. Dat bleek al uit de wijziging
in samenstelling die het zelf kon doorvoeren; de kwestie van de getalsverhou-
ding van bestuursleden ging een rol spelen. Het 'zonder last of ruggenspraak'
moest behouden blijven en volgens de directeur van het Verenigingsbureau
Janderk Slothouber, wilde de Vereniging geen meerderheidspositie, al had ze
daarop recht omdat op haar de zwaarste financiële lasten drukten. Haar enige
prevalerende eigenbelang was de garantie dat de regio kon rekenen op een
geregeld en permanent aanbod van VU-podiumactiviteiten.
In een Statuut waarmee de structuur werd geschapen van het nieuwe vu-
podium, zouden paritaire samenstelling, bevoegdheden van het bestuur en
andere kwesties nader worden geregeld. Het wachten was daarop. Maar de
eerste stappen naar een echte organisatie waren nu gezet.
Ook voor de situatie van de programmamakers werd ter vergadering verhel-
dering gevraagd, niet alleen voor hun eigen positie maar ook in verband met de
koers van vu-podium. Onduidelijk was of zij vooral voor de Alliantie werkten,
dan wel voornamelijk voor de Vereniging. Het team werd veelal geïdentificeerd
met de Vereniging, terwijl de programmamakers het podiumconcept strikter
interpreteerden en hun eigen werkzaamheden beschouwden als zelfstandige
inbreng naast die van anderen (faculteiten, bijvoorbeeld). Maar als men de
Alliantie serieus wilde nemen, vroeg dat dan niet om een nauwere aansluiting
van het programmateam bij de onderwerpen die in faculteiten en afdelingen
leefden? Dat leek zelfs het speerpunt van de Alliantie te zijn. De vraag was ove-
rigens wel hoe de houding van faculteiten zou zijn. Die wilden in hun plannen
hoogstwaarschijnlijk geen rekening houden met het gegeven dat voorstellen
eerst de vu-podiumcommissie moesten passeren. Begrijpelijk, omdat die eis
een verlies aan tempo en slagvaardigheid inhield, met bovendien het mogelijke
risico dat de voorstellen terug werden verwezen.
Allengs gingen zich in de koers van vu-podium twee lijnen afi:ekenen waar-
over van tijd tot tijd discussie was (Verslag vu-podiumcommissie, i augustus
-60-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's