Grensgebied - pagina 22
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
TWEE ZAKEN: ROBERT J. OPPENHEIMER EN JACOB KISTEMAKER
Het politieke docudrama De zaak Oppenheimer (1964) van de Duitse toneel-
schrijver Heinar Kipphardt, dat ook bij ons veel ophef teweeg bracht, stelde
op indringende wijze de verantwoordelijkheid van de atoomfysicus aan de
orde. Het stuk, gebaseerd op rechterlijke documenten, handelde over gedrag
en geweten van de kerngeleerden die in de jaren vijftig de waterstofbom
ontwikkelden, als project van het Ministerie van Defensie van de Verenigde
Staten. De kernfysicus Robert J. Oppenheimer had loyaal meegewerkt, maar
begon zich steeds meer bezwaard te voelen en tekende protest aan tegen het
project. In een rechtszaak werd hij (we schrijven de tijd van McCarthy) van
anti-Amerikaanse activiteiten beschuldigd. Hij kon zijn loopbaan verder wel
vergeten en zijn collega Edward Teller, die meende dat wetenschappelijke
ontdekkingen ethisch neutraal waren, kreeg de lof
De zaak Oppenheimer is een gelaagd stuk. Een politiek probleem werd in
verband gebracht met een morele kwestie: de verantwoordelijkheid van de
onderzoeker. Loyaliteit aan het vaderland leek te betekenen dat wetenschap-
pers zich als onmondige werktuigen van de staat gedroegen. Er bestond
slechts één soort loyaliteit: die het heil van de mensheid aanging. Oppenhei-
mer had daartegen ernstige bedenkingen, in wezen ging het om een project
dat juist tegen de mensheid was gericht. Kipphardt wilde, in zijn leerstuk a
la Brecht, het dagende besef van de morele dilemma's laten zien waarmee de
kernfysicus werd geconfronteerd. Die was medeverantwoordelijk en geen
willoze staatsdienaar. Ook komt in het stuk het gesloten sociale milieu aan
de orde: de wereld van het onderzoek en het team waarbinnen men aan deze
kwesties gemakkelijk voorbij kon gaan.
De vraag naar verantwoordelijkheid stond ook centraal in de beroering
rond de geleerde Jacob Kistemaker in de late jaren zestig. Hij was kernfysicus,
internationaal befaamd topwetenschapper met contacten in Oost en West en
drijvende kracht achter het Ultracentrifugeproject (Klinkenberg, 1971). De
regering had het plan opgevat om het aantal kerncentrales in ons land uit te
breiden en Kistemaker werd gevraagd als deskundige om commentaar. Tij-
dens een tv-interview gaf hij te kennen dat een kernfysisch expert voor hem
de enige gesprekspartner was; anderen kwamen daarvoor niet in aanmerking
omdat ze zich bij gebrek aan kennis op hun emoties verlieten. Zijn opmerking
bracht een storm van kritiek teweeg: weliswaar was hij een groot geleerde,
maar tegelijk stekeblind voor het werkelijke probleem van kernenergie, na-
melijk de gevaren van toepassing. 'En die gaan, meneer Kistemaker, iederéén
aan.'
Dat enige tijd daarna bekend werd dat hij zijn promovendi had verboden
- 10 -
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's