Grensgebied - pagina 49
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
een voorbije toestand. Bezwaren koesterde ook het Bezinningscentrum (BC),
dat in de jaren zeventig was opgericht om kracht bij te zetten aan de reflec-
tie over de identiteit van de VU. Het BC vond dat universiteit en Vereniging
eendrachtig moesten zijn in hun visie op de identiteit. Het wees de gedachte
af van twee partijen die met elkaar in gesprek gingen. Het College van Be-
stuur onderschreef dit. Maar daarmee was de notie 'dialoog' zelf allerminst
van de baan. Het Bezinningscentrum stelde een andere invulling voor. Niet
een gesprek binnen de context van de universiteit, maar een dialoog met de
buitenwereld, tussen wetenschap en samenleving. Bij vuSA was het heen-en-
weer tussen universiteit en maatschappij te weinig geprofileerd; het accent
was te zeer gelegd op het bieden van informatie en dat spoorde niet met de
eigenlijke bedoeling van het centrum. Met 'dialoog' kon deze bedoeling wor-
den teruggehaald: alleen of voornamelijk informatie en educatie waren niet
genoeg, gesprek met en ten behoeve van de samenleving moest er komen. Die
interpretatie van dialoog vond wel instemming bij de Vereniging. Het project
kon aansluiting vinden bij VUSA.
Intussen was Jan Weenink, meer dan tien jaar hoofd van het vuSA-cen-
trum, vertrokken. Er ontstonden twee vacatures: voor het centrum en voor
het dialoogproject. Het Bestuur van de Vereniging wilde beide taken in één
persoon concentreren, hi maart 1993 trad ik aan, opgeleid als filosoof aan de
v u (maar niet gereformeerd), in deze dubbelfunctie: hoofd VUSA-centrum
en 'dialoogcoördinator' (na een jaar werd deze functie weer gesplitst en kreeg
Krijn van der Lee de leiding over VUSA). Een heldere voorstelling van het
dialoogproject ontbrak. Als pas benoemde stafmedewerker ging ik aan de
slag, weldra bijgestaan door de Werkgroep Dialoog, een klankbordgroep
van vertegenwoordigers uit de universiteit en de Vereniging, onder voorzit-
terschap van Hanna-Louk van Stegeren. Me baserend op een toespraak van
de vu-filosoof C A . van Peursen uit 1991 trachtte ik tot een formulering
te komen. Van Peursen had op een bezinningsdag van de Vereniging het
volgende betoogd. Wetenschap is zelfstandig, autonoom. Maar ze is steeds
aan een context gebonden en dus relationeel-autonoom (Van Peursen, 1991;
vgl. Van Klinken en Voorsluis 2004). In het geval van de vu is sprake van
een christelijke context, die echter nauwelijks meer te zien is, die verborgen,
overwoekerd en aan het oog onttrokken is geraakt. Die context moest meer
zichtbaar moet worden gemaakt, meer expliciet.
Deze gedachten nam ik in de notitie Inhoud en bedoeling van de dialoog
(1993) over en kwam tot de volgende formulering: 'Het mogelijk maken en
ontwerpen van het gesprek tussen universiteit en maatschappij over ethische
en levensbeschouwelijke kwesties, die mede door de wetenschapsbeoefening
zelf worden opgeroepen'. Onderwerp van dit gesprek waren zinvragen. Uit-
-47-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's