Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Grensgebied - pagina 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Grensgebied - pagina 17

Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving

2 minuten leestijd

met een maatschappelijke betrokkenheid die ver in de toekomst lag. Maar

hij wees ook op de keerzijde: afhankelijkheid van studenten ten opzichte van

hun ouders. En hij was kritisch op de ambivalentie: financiƫle afhankelijkheid

betekende ook onvolwassenheid (Snijders, 1971). Studenten waren bevoor-

recht, maar met een prijs.

Dit bolwerk zou niet snel vallen. Daar waren ingrijpende ontwikkelingen

voor nodig: een crisis van de universiteit. De studenten namen het initiatief

Drie samenhangende factoren hebben sterk aan de genoemde ontwikkelin-

gen bijgedragen. Ten eerste, de geboortegolf na de oorlog en het enorme

aantal schoolverlaters van de babyboomgeneratie. Ten tweede, de gunstige

economische conjunctuur van de jaren zestig, die ruimte gaf aan bedrijfs-

leven, industrie en ambtenarij. Om die tot ontplooiing te brengen, waren

wetenschappelijk opgeleiden nodig, want kennis werd als productiefactor

voor de samenleving ontdekt. Ten derde, er was een direct resultaat van de

toegenomen welvaart: de ongekende verruiming van de mogelijkheid om,

door een nieuw stelsel van studiebeurzen, ieder die dat wilde of kon, zich te

laten inschrijven bij een universiteit.

Tezamen leidde dit tot een spectaculair resultaat: enorme toename van

het aantal studenten en een navenante grondige wijziging van hun samen-

stelling.' Andere milieus, met andere opvattingen dan de gegoede burgerij,

meldden zich in groten getale en gaven in korte tijd de instelling een heel

ander aanzien. De massale toestroom van studenten trof de universitaire

organisatie onvoorbereid. Bij een overzichtelijk aantal was er geen probleem

geweest, maar ze was niet met haar tijd meegegaan en de bestuurlijke vaar-

digheid ontbrak. De spectaculaire groei tastte de oude structuren aan en

dat gold ook voor de achtergestelde positie van de assistenten. De groei in

studentenaantallen noopte namelijk tot een versnelde vraag naar docenten en

die konden, vanwege die urgentie, hun eisen stellen. Er veranderde dus veel,

maar de reactie van de studenten liet nog op zich wachten; voorlopig leek het

erop dat veel bij het oude bleef Eerst was het woord aan de politiek om op de

hectische situatie te reageren.

De overheid schrok van het eigen succes; dat baarde haar zorgen omdat de

ontwikkelingen de universiteiten onbestuurbaar maakten. De door haar in

1967 ingestelde commissie-Maris kwam met het plan om beroepsbestuurders

van zwaar kaliber met grote bevoegdheden aan te stellen (Schuyt, 1996). Hier-

I. Het aantal inschreven studenten aan Nederlandse universiteiten bedroeg in 1960:

40.727. Tien jaar was dit meer dan verdubbeld tot 103.382 (Schuyt, 1991, hfdst.

29).

-15-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014

Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's

Grensgebied - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014

Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's