Grensgebied - pagina 16
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
en onderdrukkende gezagsverhoudingen tussen werkgever en werknemer,
arts en patiënt, leraar en leerling. De internationale toestand wakkerde krach-
tig het besef aan in een verkeerde wereld te leven: Koude Oorlog, de pijnlijke
dekolonisatie en het ontstaan van een Derde Wereld van armoede, de dicta-
turen van Zuid-Europa en Zuid-Amerika, de apartheid in Zuid-Afrika. De
diepste verontwaardiging trof de Verenigde Staten (die Nederland hadden
bevrijd) en de neokoloniale oorlog in Zuid-Oost Azië. Zocht men naar een
verscheurde wereld, voila, bewijzen te over.
Kortom: hoezo welvaartsstaat, sociale gelijkheid, ideale verhoudingen,
einde van conflicten? Deze wereld was gebaseerd op een puur onrechtvaardig
systeem dat overal zijn slachtoffers eiste. Alleen degenen die voor dit alles de
ogen sloten, dan wel verregaand hypocriet waren, konden de wereld als har-
monieus ervaren. 'Jullie maatschappij is de onze niet'.
Het protest zwol aan, de roep om radicale maatschappijhervorming klonk
steeds luider en er zelfs werd over revolutie gesproken - roerige tijden. Juist
een groepering echter waarvan het niet werd verwacht stak, met grimmige
acties en open oorlogsverklaringen aan het bestel, de lont in het kruitvat:
de studenten. De studenten als welsprekende woordvoerder van het onge-
noegen? De wereld waartoe zij behoorden werd eerder geïdentificeerd met
conservatisme en maakte deel uit van de maatschappelijk elite. Universiteit
en hogeschool als voorhoede van het maatschappelijk protest, hoe kon dat?
Die wereld kon beter een voorbeeld van verstarring heten (Peper en Wblters,
1970), waar alle betrokkenen zich wel bij voelden.
Universiteiten waren sinds hun ontstaan qua organisatie nauwelijks ver-
anderd en dat gold ook voor de onderlinge verhoudingen tussen docenten
en studenten. Maatschappelijk gezien nam de universiteit een eigen positie
in, als een weinig op de maatschappij betrokken, kleine groep van docenten
en leerlingen die elkaar volgens algemeen aanvaarde mores bejegenden,
een soort middeleeuwse universitas. Ook was het een organisatie met een
beperkte bestuurlijke deskundigheid. In het onderwijs werd ze geleid door
een professorencollege, 'senaat' geheten, waarin meningsverschillen (zoals
over de inhoud van het curriculum) veelal onderling werden geregeld, zon-
der inbreng van studenten. Voor een staf van assistenten was wettelijk niets
geregeld; zij waren afhankelijk van hun baas en gaven weinig commentaar op
de bekleder van een leerstoel, die een grote vrijheid genoot. Bestuurlijke en
materiële zaken werden behartigd door een College van Curatoren van de
universiteit en vooral door hun ambtenaren. De bevolking van deze civitas
was vrijwel uitsluitend, met de Vrije Universiteit als uitzondering, afkomstig
uit de gegoede burgerij en hoger. De Groningse psycholoog en rector mag-
nificus J.Th. Snijders sprak eens over deze studententijd als over uitstelfase,
- 14-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's