Grensgebied - pagina 63
Publieksactiviteiten van de VU-vereniging over wetenschap en samenleving
looi). Ik zou die als volgt willen onderscheiden. Bij de ene lag, in overeen-
stemming met de aard van de Alliantie, het accent op de instellingen en wat
men daar van belang achtte. De andere lijn legde de nadruk op de relatie
tussen wetenschap en levensbeschouwing. Beide richtingen sloten elkaar niet
uit. Maar verschil was er wel en elk van de opties had bepaalde consequenties.
Als vu-podium vooral ten behoeve van universiteit en medisch centrum ging
werken en zich richtte op de interesses uit de instellingen, waren de onder-
werpen gevarieerder en de mogelijkheden ruimer dan in het andere geval.
Maar daarmee werd tevens het profiel van de organisatie diffuser en minder
onderscheidend. Werd de andere optie gevolgd, dan betekende dat een ze-
kere beperking en eenzijdigheid, maar juist daardoor werd vu-podium ook
herkenbaar en zelfs uniek. Voorts zou, als het accent kwam te liggen bij de
instellingen, niet de samenleving met haar vragen het uitgangspunt vormen
van projecten, maar - in afwijking van de intentie van vu-podium - de uni-
versiteit met haar inzichten. De eerste optie leek ook gevolgen te hebben voor
de positie en taak van de programmamakers. Die zouden daarmee eerder als
uitvoerders en adviseurs van andermans ideeën worden gezien en behandeld,
dan als de bedenkers en ontwerpers die ze veelal waren geweest. Hun autono-
mie stond daarmee op het spel. Elk van beide keuzes leken bepaalde gevolgen
te hebben. Hoe te kiezen tussen beide profielen?
Op de vergadering van de commissie in oktober 2002 kwam opheldering
(Verslag, 2 november 2002). Projecten waarin de relatie tussen wetenschap
en levensbeschouwing werd gethematiseerd, waren volgens de commissie
kenmerkend voor vu-podium. Voorstellen voor publieksprojecten die van de
faculteiten afkomstig waren, moesten op deze thematiek worden beoordeeld.
Naar aanleiding hiervan werd de rol van de programmamakers besproken.
Ook hierin werd helderheid verschaft:: programmamakers konden faculteiten
helpen, maar die behulpzaamheid zien als bewijs van dienstbaarheid aan de
plannen van anderen, was een misverstand. De programmastaf behield het
initiatief en dit betekende handhaving van de autonomie van vu-podium.
De overgang naar het podium als zelfstandige organisatie was ingrijpend
en eiste tijd. De opstelling van het Statuut speelde daarin een belangrijke rol.
In de kwestie van de paritaire vertegenwoordiging kwamen de onderscheiden
belangen van de alliantiepartners naar voren. De Vereniging had aanvankelijk
niet meer geclaimd dan de partners, maar bleek nu wel een meerderheid (4-
3-2) te verlangen; het curatorium daarentegen wilde een 3-3-3- verdeling. De
redenen die de Vereniging aanvoerde voor haar eis waren tweeërlei: ze nam
voor het grootste deel de bekostiging op zich. Bovendien was vu-podium de
enige plek om een minimum aantal activiteiten, excursies en symposia per
regio te organiseren, alsmede de halfjaarlijkse lezing op de statutaire vergade-
-éi -
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2014
Publicaties VU-geschiedenis | 114 Pagina's