Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 409
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
In de daaropvolgende jaren van het interbellum traden drie nieuwe hoogle-
raren aan, die elk op h u n wijze gezichtsbepalend zouden zijn: H. Dooyeweerd
(1926), zoon van een boekhouder/belastingconsulent, die grote invloed zou krij-
gen met zijn reformatorische wijsbegeerte, die overigens niet werd gedeeld
door zijn juridische collega's en tot conflicten leidde met de theologen van de
vu (H.H. Kuyper en V. Hepp); de boerenzoon P.S. Gerbrandy (1930), die de de-
gens kruiste met Dooyeweerd over de uitleg van de soevereiniteit in eigen kring
inzake het christelijk-sociale denken, vooral bekend als oorlogspremier; en V.H.
Rutgers (1928), afkomstig uit een oude vu-familie, evenals Anema geïnteres-
seerd in internationale verhoudingen, bekend als vu-rector en ook actief in het
antirevolutionaire verzet in de Tweede Wereldoorlog.
Wat de studentenaantallen betreft, deze verdrievoudigden in de derde sub- 405
periode van 65 tot 200. Opvallend is dat het aantal vrouwelijke studenten in 2;
de juridische faculteit van 2 tot 25 steeg. De eerste studente was in 1905 inge- w
schreven in de juridische faculteit, die in 1937 ook de twee eerste promovendae »
telde. X
O
c
De Tweede Wereldoorlog 5
De jaren van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) worden terecht als een aparte ^
periode beschouwd. De juridische hoogleraren Anema, Dooyeweerd, Diepen-
horst en V.H. Rutgers hadden zich reeds in de jaren dertig met principiële argu-
menten tegen fascisme en nationaalsocialisme gekeerd. Rutgers en Gerbran-
dy's opvolger, de domineeszoon J. Oranje, speelden een belangrijke rol in de
ondergrondse ARP. Als kenners van het volken- en oorlogsrecht waren zij ook
zeer geschikt om als rector van de v u in tweejarige ambtstermijnen (1940-1942,
respectievelijk 1943-1945) de universiteit tussen de klippen en afgronden van
de pogingen tot beïnvloeding door de Duitse bezetter heen te leiden.
Te denken valt aan de subtiele 'burgerlijke ongehoorzaamheid' inzake de
arbeidsdienstverplichting en de loyaliteitsverklaring die van studenten werd
geëist, aan de geboden gastvrijheid aan studenten uit Leiden en van de universi-
teit van Amsterdam, alsmede aan de wijze waarop men de pogingen van het de-
partement, om de benoemingen van H.J. Hellema en Th. A. Versteeg als docenten
in de juridische faculteit te blokkeren, wist af te wenden. Rutgers werd enkele
malen gearresteerd en gevangengezet, de laatste keer in april 1944 bij een mis-
lukte oversteek naar Engeland, waarna hij in februari 1945 te Bochum stierf.
Oranje, die een belangrijke rol in het hooglerarenverzet speelde en door de
Londense regering als lid van het College van Vertrouwensmannen in bezet Ne-
derland werd benoemd, maakte in 1944 een 'zendingsreis' door Duitsland, waar
hij contact o p n a m met geïnterneerde studenten en antirevolutionairen. Hij
overleed in april 1946 ten gevolge van een ziekte, die aan zijn inspanningen in
de oorlog te wijten was. vu-studenten speelden een duidelijke rol in het verzet.
Van de 38 omgekomen vu-studenten waren er 15 jurist, van de 48 omgekomen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's