Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 204
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
blieke leven. Voorwaarde daarbij was dat de christen zich, net als iedere andere
Nederlander, hield aan algemene wettelijke regels. Algemene rechten, zoals de
vrije meningsuiting, dienden ook bij anderen te worden gerespecteerd. Politiek
was in de ogen van Jan van der Molen een spel dat gespeeld werd om te winnen.
Inzet was wat hem betrof een christelijk Nederland. Het spel diende echter vol-
gens de regels te worden gespeeld. Tijdens landarbeiderstakingen in Baflo mo-
biliseerde hij het protestantse volksdeel onder het vaandel van wet en gezag.
Van een verbod op socialistische propaganda wilde hij echter niet weten. Later
in Rotterdam verleende hij als wethouder subsidies aan openbare scholen, tot
verontwaardiging van oude bekenden uit de kring van het christelijk onderwijs.
Ondanks de hoge inzet van het spel streefde Van der Molen naar fair play. Bin-
200 nen de protestants-christelijke wereld zette hij zich volop in voor de behartiging
f> van het bijzonder onderwijs (in samenwerking met de rooms-katholieken),
- maar als bestuurder in een publieke functie diende hij ook met de belangen van
•• anderen rekening te houden. Een politiek die aan dat laatste voorbijging was
2 'geen uiting van liefde, die het goede zoekt voor al de kinderen van ons volk,
maar maakt op mij den indruk van een pleidooi, zoals een kruidenier dat voor
„ zijn zaakje zou leveren'.'
Anne Anema: verstandig, gevoelig en praktisch
Van jongs af aan voelde Gezina van der Molen zich meer aangetrokken tot de ac-
>" tieve maatschappelijke rol van haarvader dan tot het huiselijke bestaan van haar
moeder. In de jaren twintig ging ze als journaliste aan de slag bij het christelijk
volksdagblad De Amsterdammer, een editie van De Standaard voor de hoofdstad.
Ze woonde op kamers bij Anne Anema, hoogleraar aan de rechtenfaculteit van
g de vu. Net als Jan van der Molen hield Anema zich bezig met de vraag hoe chris-
o telijke beginselen niet alleen binnen een zich opbouwende gereformeerde 'zuil'
o
verwerkelijkt konden worden, maar ook binnen de samenleving als geheel. Vol-
gens Anema diende een goed beginsel te voldoen aan drie eisen: het moest ver-
standelijk juist zijn, het moest het gevoel bevredigen en er moest praktisch mee
gewerkt kunnen worden.**
Gezina van der Molen zette zich in voor de christelijke vrouwenbeweging en
voor het werk van de Volkenbond, die herhaling van een oorlog als die van 1914-
1918 moest voorkomen. Een dergelijke grote taak kon niet enkel vanuit het cal-
vinisme aangevat worden, maar behoefde een bredere basis. Anema zette haar
op het spoor van het volkenrecht: 'Hij bracht haar het inzicht bij, dat een duur-
zame vrede op het recht gegrondvest moet zijn en dat slechts een internationale
rechtsorde een oplossing kan bieden voor de verhoudingvan de staten en het
probleem van oorlog en vrede.'^
Anema verwierp het zogenaamde rechtspositivisme: de stelling dat recht
geldt omdat het is vastgelegd in de wet en gegarandeerd wordt door de staat. Deze
staat dient zelf immers ook weer te berusten op morele beginselen. De belangrijk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's