Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 224

De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010

3 minuten leestijd

Commentaar van Hugo de Groot op de LexRomana Burgundionum en zijn bewer-

king en herziening van het aanvankelijk door Anema geschreven deel over be-

wijsrecht in de Asser-serie. Aldus zijn de drie hoofdlijnen in het wetenschappe-

lijk werk van Verdam reeds vroeg te onderscheiden: het vennootschapsrecht,

het bewijsrecht en de rechtsgeschiedenis, met op dat laatste gebied een zekere

nadruk op het mozaïsche recht.

Wetenschappelijk werk is echter niet het enige aspect van zijn hoogleraar-

schap dat hier vermelding verdient. Onvergetelijk waren de ontvangsten te zij-

nen huize, waarbij de kennismaking met alle studenten het uitgangspunt was.

Belangrijk waren ook zijn talloze nevenfuncties in kerk, staat en politiek. H.H.

Sillevis Smitt had het in zijn herdenking van prof. mr. P.A. Diepenhorst in de

220 Almanak van het studentencorps 1954 al opgemerkt: 'In die tijd werd van de

z hoogleraren aan de juridische faculteit een veelzijdige taak verlangd: naast de

> vervulling van h u n werk als hoogleraar werd van hen verwacht dat zij in het

^ - maatschappelijke en politieke leven een leidende plaats zouden innemen.'* In

z m 1963 gaf Verdam uitdrukking aan hetzelfde gevoelen, toen hij stelde: 'De Vrije

o M Universiteit heeft als het ware roltrappen naar Den Haag, naar politieke, maat-

H n schappelijke en kerkelijke verbanden, en de vreugde en de last van dit alles is

w K

2 > groot. Het kan natuurlijk overdreven worden, maar dit beleven van maatschappe-

t > lijke verantwoordelijkheid is typerend voor de Vrije Universiteit en haast onbe-

"1

kend aan de openbare instellingen. Daardoor krijgt bij ons het type van de kamer-

" 2 geleerde minder kans en de wetenschap ook wel eens. Maar dit verschijnsel wil

tt < ook stimuleren dat de alumni der universiteit h u n maatschappelijke verant-

Ti fO woordelijkheid zullen beleven.'^

w -^ Er valt veel over deze woorden te zeggen (en we komen dan ook aanstonds

^< nog even daarop terug) maar zij zijn rechtstreeks van toepassing op Verdam, ook

Z ta

O al beschouwde hij zichzelf meer als geleerde dan als politicus. In die laatste hoe-

3; danigheid is hij eerst lid geweest van Provinciale Staten van Noord-Holland

(1958-1966), een functie die hem niet belette om ook zijn plaats als rector mag-

nificus van de vu (1959-1960) in te nemen. In 1966 werd hij onverwacht (als op-

volger van J. Smallenbroek) ministervan Binnenlandse Zaken, een functie die hij

bijna eenjaar zou bekleden en die hem dwong onder meer zijn lidmaatschap van

het dagelijks bestuur van de Sociaal-Economische Raad en zijn hoedanigheid

van voorzitter van de Foreign Student Service neer te leggen. De tijd van zijn minis-

terschap was te kort om veel en belangrijke sporen in de Nederlandse wetgeving

na te laten. Hij stelde verscheidene commissies in zonder daarvan de vruchten

te plukken (inzake de opkomstplicht, de filmkeuring en de schadeloosstelling

van Kamerleden) en bracht een tweetal wetten tot het Staatsblad, namelijk één

over de uitbreiding van Zwolle, benevens de spoorwegpensioenwet die belang-

rijke inhoudelijke verbeteringen bracht ten opzichte van de vorige uit 1925, onder

meer inzake de vertegenwoordiging van werknemersorganisaties in de nieuw

ingestelde raad van toezicht. Daarna keerde hij terug naar de vu als hoogleraar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's