Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 234
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
netsformateur en rond de jaarwisseling 1960/1961 als informateur was opgetre-
den, in de functie van ministervan Binnenlandse Zaken, die hij van 1973 tot eind
1977 bekleedde. Als zodanig hield hij zich vooral bezig met de herziening van de
(re-]organisatie van de civiele verdediging [BB] en van de bestuurlijke indeling
van Nederland. Daarbij hoorde ook de oprichting van een nieuw Hoog College van
Staat, naar het Scandinavische voorbeeld al spoedig de ombudsman genoemd.
Tevens bereidde hij een grondwetsherziening voor, die aanvankelijk in de Twee-
de Kamer leek te sneuvelen, maar uiteindelijk in 1983 in de vorm van het door
de toenmalige minister Wiegel ingediende ontwerp tot het beoogde resultaat
leidde. Zijn rol bij de voorbereiding van de onafhankelijkheid van Suriname
(1975) is uiteindelijk in de publiciteit in de schaduw komen te staan van die van
230 Den Uyl en Pronk; de beslissing om (in 1977) tot gewapende actie tegen de Mo-
2 lukse treinkapers over te gaan wordt dikwijls meer aan Van Agt dan aan De Gaay
>
Fortman toegeschreven, ofschoon de laatste daarin een belangrijk aandeel heeft
a ^
^ 5co gehad en h u n optreden misschien wel te onderscheiden, maar niet te scheiden
z I was. Na zijn ministerschap keerde De Gaay Fortman terug aan de vu als hoog-
o w leraar privaatrecht en arbeidsrecht tot hij in februari 1979 met emeritaat ging.
?3 2
Vi Vi
H o Zijn afscheidscollege is getiteld Rechtsstaat en terrorisme. Daarnaast werd hij an-
M ^ dermaal lid van de Eerste Kamer en als zodanig werd hij afgevaardigd naar het
2 >
^ > Europees Parlement.
• r
ö "
" z Convergerende loopbanen: de discussie over de medezeggenschap
^ o De loopbaan van Verdam, Diepenhorst en De Gaay Fortman vertoont veel gelij-
^ S kenis. Op jeugdige leeftijd benoemd tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit in
w -^ een tijd van wederopbouw, waarin de Vrije Universiteit zich onderscheidde door
^ < de grote mate waarin tal van hoogleraren, ook van andere faculteiten dan de juri-
•2,o S dische, op het voetspoor van Abraham Kuyper en De Savornin Lohman partici-
g peerden in het maatschappelijk, politiek sociaal en kerkelijk leven. Het lidmaat-
schap van de Eerste Kamer was een geenszins ongebruikelijke nevenfunctie.
Het rectoraat bekleedde men overeenkomstig de anciënniteit. Verdam was rec-
tor in het academisch jaar 1959-1960 en werd opgevolgd door Diepenhorst; twee
jaar later, nadat H. Smitskamp eenjaar lang deze rol had vervuld, was het de
beurt aan De Gaay Fortman (1962-1963). De econoom F. de Roos en de theoloog
R. Schippers vervulden daarop nog gedurende een periode van eenjaar elk deze
functie, maar daarna werd De Gaay Fortman de eerste rector voor een langere
periode: 1965-1972.
Voor die beleidswijziging was alle aanleiding. In de jaren zestig van de vorige
eeuw begonnen de universiteiten in het algemeen, de vu in het bijzonder, sterk
van karakter te veranderen. De wet op het wetenschappelijk onderwijs van i960
was een symptoom daarvan, maar tevens het startpunt voor tal van nieuwe ont-
wikkelingen. De naoorlogse geboortegolf bereikte de universiteiten, en dat be-
tekende niet alleen een belangrijke schaalvergroting, maar tevens deed daar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's