Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 320
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
op het echtpaar J.A.C. Bevers en C.M.V. Joubert in 1996 in een dubbelpromotie
promoveerde: Schengen investigated: a comparative Interpretation of the Schengen
provisions on International police cooperation in the light of the European conven
tion on human rights [Den Haag 1996). De groeiende betekenis van de rechtspraak
van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) voor onderwijs en
onderzoek vond erkenning in de benoeming van een bijzonder hoogleraar men
senrechten in de persoon van B.E.P. Myjer, die als geen ander in zijn publicaties
de rechtspraak van het EHRM en de betekenis daarvan voor de strafrechtspraak
heeft uitgedragen. Het belang van de leerstoel werd onderstreept door de hand
having ervan na het vertrek van Myjer als gevolg van diens benoeming tot rechter
in het EHRM (2004). De raadadviseur M. Kuijer werd zijn opvolger en belangrijke
316 onderwerpen in diens werk, als rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdig
^ heid en terrorismebestrijding en mensenrechten, sloten goed aan bij de centrale
> thema's van de vakgroep. In het door Fokkens verzorgde keuzevak internatio
g naai strafrecht kreeg naast de internationale rechtshulp ook het materiële inter
X nationale strafrecht een plaats, met aandacht voor internationale tribunalen als
z het Joegoslavië en het Ruwanda Tribunaal en het International Criminal Court.
H Dit leidde tot een bredere samenwerking met de hoogleraar N.J. Schrijver uit de
g sectie internationaal recht, uitlopend op een onderzoek naar het Ruwanda Tribu
naal door mr. L. J. van den Herik, die daarop in 2005 promoveerde onder de titel
The contribution of the Ruwanda Tribunal to the development of international law
(Leiden 2005]. Vanaf 2004, het jaar van de invoering van het Europees Aanhou
dingsbevel, werd de overlevering een belangrijk onderwerp, door samenwerking
met de voor deze zaken exclusief bevoegde rechtbank Amsterdam. Een groot
aantal publicaties hierover begon vanaf dat jaar te verschijnen, zoals het in 2005
verschenen preadvies voor de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het
Recht van België en Nederland van N. Rozemond en V. Glerum over Een evaluatie
van de Nederlandse Overleveringswet ('sGravenhage 2005).
Voor het multidisciplinaire onderzoek bleef de politie in de sectie het hoofd
onderwerp. Er kwamen studies over het gebruik van geweld door en tegen de
politie zoals de in 2005 verschenen dissertatie van J.S. Timmer, Politiegeweld.
Geweldgebruik van en tegen de politie in Nederland (Alphen aan den Rijn 2005) en
de studie Nietzonder slag afstoot De geweldsbevoegdheid en doorzettingsmachtvan
de Nederlandse politie (Zeist 2005) van de hand van Naeyé. Maar daartoe bleef het
niet beperkt. Onderzoek naar de integriteit van en het toezicht op de politie leid
de onder meer tot de dissertatie van M. van der Steeg, Politietuchtrecht: een studie
naar dejuridische aspecten en de praktijk (Alphen aan den Rijn 2004). Ook binnen
de sectie criminologie verschenen er regelmatig publicaties over opsporing en
politie, zoals de onder redactie van H.G. van de Bunt en E. Niemeijer gepubliceer
de bundel Honderd jaar Rijksrecherche. Terugblik en toekomst (Den Haag 1997).
Naast de samenwerking met criminologie werden onderzoek en onderwijs
verrijkt met gedragswetenschappelijke visies op de strafrechtstoepassing vanuit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's