Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 263
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
R. VAN SWAANINGEN
Herman Bianchi en de criminologie
'Ik heb al mijn criminologische kennis van uitgespuugde figuren.'
- Herman Bianchi
Mijn eerste kennismaking met Herman Bianchi was in 1982. Ik studeerde rechten 259
aan de vu en wist na eenjaar eigenlijk al dat ik daar niet mee verder wilde, maar ik w
ging toch door met mijn studie. Door mijn hoofd spookte vooral de gedachte: Hoe ^
vertel ik thuis dat ik ermee op wil houden? Daar gold namelijk het adagium: als j e g
ergens aan begint, dan maak je het ook af. Op een goede dag kregen wij voorlich- ^
ting over wat wij na ons kandidaatsexamen rechten allemaal konden doen. Bianchi ^
M
gafvoorlichtingoverdedoctoraalopleidingcriminologie. Nou ja, voorlichting... W
Hij hield een gloedvol betoog over hoe pervers onze omgang met criminaliteit wel z
was en meldde dat alles anders moest. Dat was het! Ik ging criminologie stude- w
ren! Die man was zo anders dan al die saaie juristen en hij had zo'n tegendraads >
verhaal: dat wilde ik. Nooit heb ik een moment spijt gehad van mijn keuze. o
In 1984 werd ik student-assistentvan Bianchi en in 1985 hebben we een in- ^
ternationaal congres georganiseerd, dat mijn eigen prille wetenschappelijke S
carrière, mede door het Engelstalige boek dat naar aanleiding van dit congres ^
verscheen, ook direct in een stroomversnelling bracht.^ Nu ben ik zelf als crimino- «
loog werkzaam aan de universiteit en bedenk me met enige weemoed dat hoog- ^
leraren als Bianchi eigenlijk niet meer bestaan. En als ze nog wel bestaan dan £
zullen ze aan de huidige universiteit een moeilijk leven hebben. Het is niet eens o
zozeer vanwege de tegendraadsheid dat je je hoogleraren als Bianchi aan de he-
dendaagse universiteit nog maar moeilijk kunt voorstellen, maar vooral omdat
hij zo'n monomane einzelganger was, zo weinig bestuurlijk talent had, zijn aan-
dacht niet lang bij één onderwerp kon houden en vooral ook omdat de grens
tussen 'Wahrheit und Dichtung' bij hem tamelijk fluïde was. In de internationale
peer reviewed tijdschriften zouden zijn stukken waarschijnlijk niet worden op-
genomen, omdat de empirische onderbouwing van wat hij stelde niet altijd even
solide was. Ondanks alles vind ik dat uiteindelijk een spijtige ontwikkeling.
Want er is zodoende wel iets belangrijks verloren gegaan in de criminologie: de
passionele overdracht van kennis, de rotsvaste overtuiging van het eigen gelijk,
en bovenal de brede eruditie en de verbeelding die uiteindelijk toch nodig zijn om
de sociale wetenschap vooruit te brengen.
H. Bianchi, lioogleraar criminologie, 1961-1989.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's