Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 235
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
mee een inmiddels sterk gepolitiseerde jeugdbeweging haar intrede in een tot
dan toe tamelijk conservatief milieu. De minister had in 1961 het eindrapport
van de commissie spreiding wetenschappelijk onderwijs aan de universiteiten
en hogescholen toegezonden voor commentaar en de vu reageerde daarop door
een commissie te benoemen, bestaande niet alleen uit hoogleraren, maar tevens
uit leden van de Vereniging. Deze commissie stelde de vraag naar de verant-
woordelijkheid van de christen, in het bijzonder de reformatorische christen,
voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek in de volle breedte en diepte
daarvan aan de orde. De commissie stelde voor om met handhaving van het bij-
zonder karakter van de vu speciale attentie te geven aan die takken van weten-
schap 'voor welke een eigen doordenking vanuit het Woord Gods urgent is, om-
dat b.v. op het desbetreffende gebied opvattingen heersende zijn, die bijzondere 231
problemen opleveren voor het christelijk geloof'. Naast het bewaren vormde w
m
echter ook het bouwen een even belangrijke opdracht die noopte tot fundamen- ^
tele vernieuwing, zowel binnen nationale als internationale context. Dit leidde >
c
tot de instelling van een grondslagcommissie en (in 1967) tot de instelling van ^
een Raad van Bijstand die onder meer advies zou moeten geven over eventuele l!^
herzieningen van de statuten van de Vereniging. Daartoe was ook alle aanleiding, ^
aangezien in 1967 de commissie-Maris, genoemd naar haar voorzitter, ir. A.G. ^
Maris, op verzoek van de Academische Raad haar advies had uitgebracht.^^ De M
commissie wilde aan de autonomie van de hoogleraren een einde maken en het >
universitair bestuur in de handen leggen van professionele managers, die in laat- 0
ste instantie aan de minister verantwoording schuldig zouden zijn. Van mede- ^
zeggenschap van personeel en studenten was in dat rapport geen sprake. z
In 1968 reeds belegde de senaat een congres, waarop onder meer De Gaay ^
Fortman sprak over de toekomst van de Vrije Universiteit. Sinds het begin van «
dat jaarwerden de bijzondere universiteiten, ook de vu, voor 100 procent van de ^
normale, met onderwijs en onderzoek samenhangende kosten gesubsidieerd. S
De verhuizing naar de campus aan de De Boelelaan was achter de rug. Naar de o
mening van De Gaay Fortman was daarmee de vu uitgegroeid tot een volwaardige
instelling van wetenschapsbeoefening. In het gezelschap van de bioloog J. Lever
en de filosoof J. van der Hoeven betoogde hij dat de religieuze achtergrond en de
bestaansgrond van het eigen karakter van de vu minder gemakkelijk aanwijsbaar
was, mede als gevolg van de voltooiing van de emancipatie van de haar steunende
bevolkingsgroep, de daarmee gepaard gaande afname van het getal van wegens
hun inspirerende idealisme en roepingsbesef als identificatiemodel functione-
rende leidinggevende figuren, en de sinds de Tweede Wereldoorlog optredende
vervaging van de eertijds gekoesterde idealen van een specifieke christianise-
ringvan de wetenschap of zelfs vaneen aparte christelijke wetenschap ('in het
isolement ligt onze kracht'). Dientengevolge diende de vu zich met behoud van
haar oriëntatie op het christendom, zij het niet meer exclusief in de zin van de
gereformeerde traditie, naar alle zijden open te stellen, niet alleen naar de weten-
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's