Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 80
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
onveranderlijke beginselen van Gods Woord, zooals die naar onze meening hun-
ne schoonste uitdrukking vinden in de calvinistische levensbeschouwing'.^ Met
deze principiële uitspraak als uitgangspunt ging Diepenhorst op 18 november
1904 in zijn inaugurele rede in op de beide belangrijkste economische stromin-
gen van zijn tijd: de klassieke en de historische school. De Angelsaksische klas-
sieke school wilde in het spoor van Adam Smith de economie tot een natuur-
wetenschap maken door onveranderlijke economische wetten op het spoor te
komen. Diepenhorst wees dit streven af, omdat de mens daarin werd geredu-
ceerd tot een 'homo economicus' en er alleen aandacht was voor zijn 'plat-mate-
rialistische uitingen'. Voor de in Duitsland opgekomen historische school had
Diepenhorst meer waardering, omdat deze stroming rekening hield met het his-
76 torisch gegroeide en oog had voor de complexiteit van het menselijk handelen.
H Toch had hij principiële bezwaren tegen het relativisme van de historische school,
0 die economische ontwikkeling beschouwde als een onomkeerbaar proces waar-
i in morele oordelen niet pasten. Diepenhorst stelde dat alleen een economische
z wetenschap naar 'de eisch van de calvinistische levensbeschouwing' vrucht kon
1 dragen.^
B Het gezaghebbende gereformeerde weekblad De Heraut reageerde op 27 no-
w vember 1904 in een uitvoerig verslag positief op de rede. De onbekende recensent
y had er begrip voor dat Diepenhorst nog geen eigen stelsel naar voren had ge-
bracht, omdat dit pas na langdurige studie mogelijk was. De gefundeerde kritiek
5 die hij in zijn rede op de bestaande scholen had geuit wekte evenwel de verwach-
^ ting dat hij 'ook wanneer hij zijn eigen stelsel opbouwt, diezelfde beginselen ten
Q grondslag zal leggen'. Het was duidelijk wat van Diepenhorst werd verwacht: het
w ontwerpen van een economische wetenschap, gebaseerd op calvinistische be-
> ginselen.
" Aan deze verwachting heeft Diepenhorst niet kunnen voldoen. Een aantal
w redenen is daarvoor aan te voeren. Om te beginnen werd hem niet de tijd ge-
ö gund voor rustige bestudering en verwerking van de stof, maar werd hij vanaf het
^ begin al op achterstand gezet, omdat hij meteen moest produceren. Hij moest
^ zich inwerken in zijn leeropdracht en omdat hij hoogleraar werd in de jaren dat
^ de Vrije Universiteit een groei doormaakte, was hij veel tijd kwijt aan de begelei-
5 ding van de studenten. Ook zijn vele nevenfuncties kostten hem de nodige tijd.
^ De belangrijkste reden was wellicht dat Diepenhorst in aanleg geen diepgra-
vend analyticus en theoreticus was. Voor kamergeleerdheid en specialisatie had
hij weinig waardering. Ook in zijn onderwijs legde hij nooit de nadruk op theorie.
Het ging hem vooral om de relatie tussen de economie en het dagelijks hande-
len, waarin de mens als geheel betrokken was.** Als jurist met letterkundige be-
langstelling had hij geen gevoel voor de wiskundige en statistische abstracties
van de klassieke school. Het beschrijvende karaktervan de historische school
paste beter bij zijn instelling. Daarmee plaatste Diepenhorst zich wel buiten de
wetenschappelijke discussie, omdat de historische school buiten Duitsland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's