Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 123
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
ficatie van andersdenkenden, kortom: 'Dooyeweerd is de man, die het weet, die
het beter weet dan wie ook.'^
Deze kritiek ontging Dooyeweerd niet en hij begreep dat hij iets uit te leggen
had. Al jaren werkte hij aan een uitgebreide systematische uiteenzetting van
zijn filosofie. Die moest er komen en in 1935 was het zover. In dat jaar verscheen
De wijsbegeerte derwetsidee, deel i en 11, en eenjaar later deel iii. Hij, eenenveer-
tig en nog geen tien jaar hoogleraar, vestigde met dit omvangrijke werk van in
totaal 1700 pagina's zijn naam, niet zozeer als rechtsfilosoof, maar vooral als al-
gemeen filosoof die een eigen systematisch-filosofische theorie had ontwik-
keld. Hij was een rijzende ster aan de Vrije Universiteit. Met zijn zwager prof. dr.
D.H.Th. Vollenhoven, hoogleraar filosofie in de toenmalige faculteit der letteren
en wijsbegeerte, en enkele geestverwanten veroverde hij in de jaren dertig de 119
top van de apenrots van de Vrije Universiteit op de theologen. De godgeleerden, ö
die destijds in de universiteit een gezaghebbende stem hadden als het ging over ^
religieuze onderwerpen, lieten zich niet gemakkelijk verdringen. Met name de ^
theoloog prof. dr. V. Hepp hekelde Dooyeweerd en Vollenhoven, omdat deze jonge c«
filosofen kritisch hadden geschreven over bepaalde dogma's die diep verankerd "
lagen in de traditie van het christendom, ook in de gereformeerde theologie, en "
omdat zij kritiek hadden op het werk van de vermaarde theologen Abraham m
Kuyper en Herman Bavinck en de veelgeprezen classicus Jan Woltjer, hooglera- «
ren uit de beginperiode van de Vrije Universiteit. Dooyeweerd en Vollenhoven o
hadden inderdaad kritiek op de traditionele mensbeschouwing die het dogma ^
van de dichotomie bevatte: de mens heeft een sterfelijk lichaam en een onster- *
felijke ziel. Deze tweedeling was volgens hen afkomstig uit de Griekse filosofie, ?
zij was niet op de Bijbel gefundeerd en derhalve niet authentiek christelijk. «
Waar in de Bijbel over de ziel wordt gesproken, werd volgens hen de mens als een £
eenheid bedoeld. Anders gezegd, de mens heeft niet een ziel, maar is een ziel. In
dit verband kan slechts kort worden opgemerkt dat Dooyeweerd een mensbe-
schouwing had, waarin sprake was van een eenheid van lichaam en ziel.
Bovendien had hij inderdaad kritiek op het werk van enkele hoogleraren van
de Vrije Universiteit van het eerste uur, omdat zij scholastiek-filosofische be-
grippen en onderscheidingen hanteerden die de toets van Dooyeweerds kritiek
niet konden doorstaan. In 1939 werkte Dooyeweerd zijn kritiek nog eens uit in
een artikel, getiteld 'Kuypers wetenschapsleer'." Hij zette uiteen dat in Kuypers
werk twee divergerende lijnen te ontdekken waren. De ene lijn bevatte een uit-
werking van de calvinistische levens- en wereldbeschouwing, waarin de erken-
ning tot uitdrukking kwam van God als schepper van de kosmos, die bepaalde
wetten voor deze kosmische werkelijkheid heeft gesteld. De andere lijn was een
uitwerking van een wetenschapsleer, waarin kantiaanse, hegeliaanse, scholas-
tieke en andere traditioneel-filosofische onderscheidingen de overhand had-
den. Hij beschouwde deze tweede lijn als onvruchtbaar voor het verder uitwer-
ken van de eerste lijn. Hoewel deze kritiek op Kuyper zeker relevant was, was
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's