Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 153
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
nomen. Rutgers weigerde beslist, omdat hij 'wichtige Bedenkungen' tegen het
onderzoek had.^ Hij was niet bereid zich door de Duitse propagandamachine te
laten gebruiken.
Ook de andere hoogleraren van de juridische faculteit hadden zich voor de
oorlog uitvoerig beziggehouden met de groeiende populariteit van fascisme en
nationaalsocialisme. De rechtsfilosoof H. Dooyeweerd veroordeelde in 1931 de
nationaalsocialistische ideologie in een monografie over de crisis in de humanis-
tische staatsleer, waarin hij zich afzette tegen de rechtsfilosofie van R. Smend,
die op de nationaalsocialistische ideologie was gebaseerd. A. Anema onderken-
de al vroeg het gevaar van het fascisme voor de parlementaire democratie. In
1933 verscheen van hem een korte kritische studie. De Italiaansch-fascistische
staatsleer, het jaar daarop in iets uitgewerkte vorm gepubliceerd onder de titel 149
Grondslag en karakter van de Italiaansch-fascistische staatsleer Hij beperkte zich a
hierin tot het Italiaanse fascisme. Hij constateerde dat de calvinistische en de Q
fascistische staatsleren gedoemd waren elkaar principieel te bestrij den. RA. Die- ^
penhorst zou in 1935 een boekje over het Duitse nationaalsocialisme publiceren. g
o
Het eerste jaar ">
In het begin stelde de vu-leiding zich nog voorzichtig op tegenover het bezet- ^
tingsapparaat. Rector Sizoo vroeg in juli uit zichzelf of een senaatsvergadering ^
van tevoren bij de procureur-generaal zou moeten worden aangevraagd gezien de «
O
nieuwe, beperkende verordening op vereniging en vergadering. En natuurlijk o
bleek dat plotseling een vereiste te zijn. Daarmee was dus direct al de voorzichtige 5
aanpassing een feit. Maar iedereen handelde toen nog zo. Dat zou op de duur wel w
veranderen.
Ook Oranje toonde zich toen nog bereid mee te werken aan een bepaald facet
van de 'Nieuwe Orde' door het voorzitterschap te aanvaarden van een alle vier
radio-omroepen overkoepelende stichting voor het nieuwe radiobestel, dat de
bezetter op het oog had."* Oranje kreeg hiervoor toestemming van de vu-direc-
teuren op voorwaarde dat hij de functie dadelijk zou neerleggen, als het belang
van de vu in het geding zou komen. Maar dat probleem zou zich niet voordoen,
omdat het hele stichtingsplan niet doorging.
De vu was bij het begin van de oorlog nog maar een kleine universiteit. Voor
de cursus 1939-1940 stonden 639 studenten ingeschreven voor alle vakken teza-
men. Hiervan hadden 80 studenten al een doctoraalexamen afgelegd, maar zij
hadden zich weer ingeschreven om bepaalde colleges te volgen of examens af te
leggen. Van de 561 studenten, die hun studie nog niet hadden voltooid, bezaten
259 een kandidaatsdiploma. De theologen vormden nog steeds het grootste co-
hort met 241 studenten, gevolgd door de juristen met 212. Het aantal vrouwelijke
studenten was nog niet erg groot; in totaal slechts 48, waarvan er 24 rechten stu-
deerden. In 1940 deden 24 studenten doctoraalexamen in de rechten, van wie
het merendeel (21) na de capitulatie. Onder hen vier studentes, die alle vier op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's