Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 206
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
dienden te worden met inachtneming van wat haar vader de spelregels genoemd
had: de regels van de parlementaire democratie.
Al in de tweede helft van 1940 ontdekte Van der Molen dat deze regels na de
Duitse inval niet langer op de geëigende manier functioneerden. Haar opvatting
van de societas humana maakte het haar onmogelijk om de 'Ariërverklaring' te
tekenen: een stuk waarin de ondertekenaar aangaf niet van joodse afkomst te
zijn. Van der Molen had het toegestuurd gekregen in verband met haar functie als
gecommitteerde bij eindexamens in het middelbaar onderwijs. Ze weigerde, en
motiveerde die weigering schriftelijk. Een volgende stap was protest tegen de
jodenvervolging. Van der Molen verdedigde de tegen de achterstelling van de jo
den gerichte Februaristaking in een illegaal verschenen brochure." Een tegen
202 slag daarbij was dat Anema en de meeste leden van de Calvinistische Juristen
o Vereniging haar in dit stadium van de bezetting niet volgden in de richting van
2 illegale actie tegen de bezettende macht. Oproepen daartoe van Sieuwert Bruins
* Slot en Van der Molen werden als riskant en als vorm van eigenrichting van de
2 hand gewezen.
Van de beide pijlers in denken en handelen van Van der Molen christelijke
^ beginselen binnen de speelruimte van algemene wettelij ke regels viel de laatste
weg. Van der Molen schoof door naar christelijke milieus waarin verzetsmensen
z het recht in eigen handen namen: de redacties van achtereenvolgens het illegale
< Vrij Nederland en het in haar eigen huis opgerichte Trouw, de hulp aan joodse
^ onderduikers. Ze maakte mee hoe medestanders gearresteerd en gedood werden,
^ belandde zelf enige tijd in de gevangenis, ging na vrijlating in een onderduik die
3 anderhalfjaar zou duren. In 1944 behoorde zij tot de zwaarst gezochte illegalen.
2 De indrukken hadden een diepgaand effect. Het accent in haar denken verschoof:
g van formele regels naar persoonlijke motivatie. De diepste krachtbron, zo er
o voer zij het in deze zware jaren, was niet het formele recht maar haar persoonlijke
o
•^ en diep in het christendom ingebedde geloofsovertuiging. Haar waardering voor
de meerderheid van de Nederlandse ambtenaren, politici en wetenschappers
daalde. Hoe velen onder hen waren er niet die zich op de vlakte hielden toen het
erop aankwam, en dat met beroep op formele regels! Daartegenover stond het
verzet: de kring van degenen die met hun daden en moed borg stonden voor de
zuiverheid van hun principes."
In deze geestesgesteldheid belandde Van der Molen al tijdens de bezetting
in de voorbereiding van een noodwet voor regelingen van de voogdij van kinde
ren die in deze oorlogsjaren hun beide ouders verloren hadden. Zonder enige
overgang of mogelijkheid tot afstand nemen werd zij in mei 1945 voorzitster van
de Rijkscommissie oorlogspleegkinderen (OPK). Hier zette zij zich in voor het
beleid dat haar vooral na haar dood zo kwalijk zou genomen worden.'* Net als in
1941 liet zij zich in 1945 leiden door de societas /zwmanagedachte. Toen ging het
erom dat de joden dezelfde rechten hadden als ieder andere burger. Thans, na
de bevrijding, ging het om de gelijke positie van iedere Nederlander binnen het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's