Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 222
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
-„
lijke en politieke activiteiten, om af te sluiten met een korte beschouwing over
het beeld van de vu, dat mede door het publieke optreden van deze drie hooglera-
ren is gewekt en dat door de democratiseringsbeweging, waaraan ieder van de
drie op eigen wijze heeft bijgedragen, in de jaren zestig van de vorige eeuw ingrij-
pend is gewijzigd.
P. J. Verdam ( 1 9 1 5 - 1 9 9 8 P
Verdam was onder de vijf kinderen de enige zoon van mr. J. Verdam, rechter en
naderhand president van het gerechtshof Amsterdam, en S. Okma. Te aardig om
niet te vermelden is dat Verdam de kans kreeg om zijn beide ouders toe te spreken
in i960, toen hij in de hoedanigheid van rector magnificus van de vu bij het uit-
218 brengen van het jaarverslag opmerkte, 'dat mevrouw Verdam-Okma om redenen
" 2 van leeftijd terugtrad als voorzitter van de Vrouwen-vu Hulp' en vervolgens mee-
deelde: 'De vergadering huldigde haar met het aanbod van directeuren haar
- . DS
portret te doen schilderen. Een gelijk aanbod werd enige m a a n d e n geleden ge-
z ^ daan [...] en wel aan de curator Verdam ter gelegenheid van zijn 50-jarig docto-
o w raat. Naar verluidt zijn onderhandelingen gaande teneinde het formaat van beide
^ ^ portretten op elkander af te stemmen.' Verdam is op 29 april 1943 gehuwd met
2 > J.F. Boomsma, met wie hij zes zonen en een dochter kreeg. Hij ging in 1933 rech-
^ > ten studeren aan de vu, in 1938 legde hij het doctoraalexamen af om vervolgens
Tl f^
^ reeds in 1940 te promoveren op een proefschrift over Nietigheid van besluiten, een
ö
" 2 onderwerp dat hij driejaar eerder had behandeld in de door de Rijksuniversiteit
> o Utrecht uitgeschreven prijsvraag over vennootschapsrecht. Daarvoor had hij een
"1 !S gouden medaille verkregen. Het onderwerp heeft nimmer aan actueel belang
^
w >0i^ ingeboet. Een vergelijking met meer recente proefschriften is echter niet ge-
^ < makkelijk,' reeds omdat Verdam het zijne schreef in een tijd, waarin de NV nog
^ g werd opgevat als een contract in de zin van (destijds) het derde boek van het BW,
g terwijl de goede trouw van art. 1374 lid 3 BW in de rechtspraak in die tijd nog
werd beperkt tot de uitvoering van de overeenkomst. Eerst nadien kwam de op-
vatting op dat de NV moest worden beschouwd als een conglomeraat van rechts-
betrekkingen van geheel eigen aard, echter vanwege de hoedanigheid van rechts-
betrekking beheerst door de goede trouw. Vervolgens leidde de invoering van
het nieuwe Boek 2 BW tot een significante breuk met verleden.
Het vennootschapsrecht heeft Verdam sinds zijn proefschrift niet losgela-
ten, het onderwerp zelf evenmin, al was het maar omdat de introductie van de
redelijkheid en billijkheid (goede trouw) alsook het de onderlinge verhouding
tussen de aandeelhouders beheersende beginsel geheel nieuwe dimensies aan
het onderwerp toevoegde. Aan de wijzigingen van het vennootschapsrecht heeft
Verdam actief bijgedragen, omdat hij van april i960 tot 1965 het voorzitterschap
bekleedde van de commissie van onderzoek inzake wijziging van de rechtsvorm
van de onderneming (commissie-Verdam). Deze commissie, samengesteld uit de
meest invloedrijke politici te linker- en te rechterzijde van het spectrum en uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's