Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 313

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 313

De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010

2 minuten leestijd

J.W. F O K K E N S

Strafrecht na 1980

Inleiding 309

Het vak strafrecht heeft aan de Vrije Universiteit, met uitzondering van de jaren w

1920 tot 1925 toen de jong overleden W. Zevenbergen hoogleraar strafrecht was, Z

heel lang een bescheiden plaats ingenomen. De op die leerstoel benoemde

hoogleraren beoefenden het strafrecht in combinatie met andere vakken waar- w

e

door de faculteit strafrechtelijk gezien mager afstak bij de juridische faculteiten ^

van de universiteiten van Leiden, Utrecht, Groningen, Nijmegen en de Universi- j^

teit van Amsterdam, die via de hoogleraren J.M. van Bemmelen, W.P.J. Pompe, pi

B.V.A. Röling, D. van Eek en D. Hazewinkel-Suringa h u n stempel drukten op de t»

ontwikkeling en studie van het Nederlandse strafrecht. Pas in 1967 werd door ^

de benoeming van G.E. Mulder voor het eerst sinds vijftig jaar een strafrechtspe- »

cialist op de leerstoel strafrecht aangesteld. Mulder was een tiental jaren als N

rechter in de rechtbank Groningen en raadsheer in het gerechtshof Leeuwarden H

o

werkzaam geweest en had niet alleen aandacht voor de praktijk van het straf- ^

recht, maar beschikte ook over grondige kennis van de rechtstheoretische en

dogmatische vragen die in het strafrecht telkens terugkeren, zoals naar voren

komt in zijn inaugurele rede over Vrijheid en onvrijheid in het strafrecht [Deventer

1968). Door de benoeming van Mulder en de aanstelling van wetenschappelijk

medewerkers in de daaropvolgende jaren kreeg het vak een eigen herkenbare

positie naast andere vakken in de juridische faculteit.^ Omdat de faculteit tot de

kleinere faculteiten behoorde bleef de omvang van de vakgroep lange tijd be-

perkt: niet meer dan één, later één en tweetiende hoogleraarsplaats en een vier-

of vijftal wetenschappelijk medewerkers maakten er deel van uit. Dat gold ook

voor de vakgroep criminologie onder leidingvan H. Bianchi.

In de loop van de jaren negentig steeg het aantal studenten en werd de facul-

teit groter, waardoor het aantal hoogleraren en docenten ook in de vakgroep

strafrecht groeide. Daarnaast n a m de maatschappelijke belangstelling voor

strafrechtelijke handhaving en bestrijding van criminaliteit en daarmee de be-

langstelling voor vakken als strafrecht en criminologie snel toe. Er kwamen

G.E. Mulder, de eerste vu-hoogleraar die uitsluitend voor strafrecht en strafprocesrecht werd aangesteld,

1967-1972.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 313

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's