Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 59

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 59

De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010

2 minuten leestijd

illusie ook een bevrijding. Hij paste niet in het kuyperiaanse organisatiemodel

dat de universiteit zich met zijn vertrek oplegde. Juist door zijn herwonnen vrij-

heid van handelen zou hij de beste jaren van zijn politieke loopbaan tegemoet

gaan. De Vrije Universiteit zelf zou ervaren dat het nog niet zo gemakkelijk was

het gereformeerde karakter te handhaven. Twintig jaar later werd een nieuwe

generatie hoogleraren (A. Anema, RA. Diepenhorst) alweer door Kuyper van ge-

brek aan beginselvastheid beticht. Maar Kuyper stond toen buiten de vu en was

niet meer in de positie om zijn wil door te zetten. Ook in de jaren twintig laaide

de grondslagdiscussie weer op.

De Vrije Universiteit raakte door het vertrek van beide Lohmannen twee

eminente hoogleraren kwijt, die nog veel voor de universiteit hadden kunnen

betekenen, want ook W.H. Lohman ging na 1895 een eervolle loopbaan tegemoet. 53

In 1901 werd hij door de (confessionele) meerderheid van de Tweede Kamer op O

de voordracht voor de Hoge Raad gezet, buiten de aanbeveling van de Raad zelf ^

om, en op 21 december van dat jaar tot raadsheer benoemd.^^ Niet zonder reden >

klaagde de oppositie dat het hier om een politieke benoeming ging. De presi- «

dent van de Hoge Raad, mr. F.B. Coninck Liefsting, getuigde echter bij de instal- "

latie van Lohman, 'dat slechts zijn jeugdige leeftijd en geringe anciënniteit als "

reden moest worden gezien waarom de Raad hem niet had aanbevolen'.^^ Bij m

zijn benoeming was hij slechts 37 jaar oud. In 1912 werd hij vicepresident en in «

1914 president van de Hoge Raad, hetgeen hij tot 1931 met ere zou blijven. Naast o

zijn werk bij de Hoge Raad publiceerde hij met enige regelmaat kleinere studies ^

over Groen van Prinsterer. In 1914 verscheen zijn brochure De opleidingvan den *

jurist op het gymnasium en aan de universiteit, een publicatie die herinnerde aan ?

zijn kortstondige loopbaan als hoogleraar. «

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's