Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 345
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
ment kreeg, onder andere door het uitgeven van de serie Ars Notariatus. Hier-
door ontstond er bovendien te Amsterdam, zoals in veel Europese steden, een
'Notarishuis' waar juridische bijeenkomsten konden worden gehouden en later
- in samenwerking met de postacademische opleidingen van de beide Amster-
damse faculteiten - postacademisch onderwijs zou worden verzorgd. De beide
Amsterdamse notariële opleidingen steunden deze stichting door onder andere
het ter beschikking stellen van student-assistenten.
De nieuwe opleiding werd aangeboden door zes universiteiten, te weten die
te Amsterdam (UvA en vu), Groningen, Leiden, Nijmegen en Utrecht. Elke facul-
teit paste deze studie op eigenwijze binnen de bestaande juridische opleiding
in, waarbij sommige verder gingen dan andere. In ieder geval bleef er altijd een
aantal specifiek notariële onderwerpen - notarieel recht, huwelijksgoederen- 341
en erfrecht, notariële belastingen en verdieping vennootschaps- en goederen- w
recht - dat uitsluitend voor notariële studenten verplichte leerstof opleverde. Z
Tentamens strafrecht en strafprocesrecht ontbraken daarentegen. Ook werden 2
later enkele zogenoemde functionele vakken geïntroduceerd, bijvoorbeeld aan c
de vu het door de Delftse hoogleraar P. de Haan gedoceerde grondgebruikrecht |
(met betrekking tot zowel de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke aspec- ifi.
ten van de eigendom van onroerend goed) en later estate-planning (een mix van m
huwelijksvermogensrecht, erfrecht, ondernemingsrecht en fiscaal recht). w
Voor studenten die nog bezig waren met de oude opleiding kwam er een soepe- '^
Ie overgangsregeling, waarbij de staatsexamens werden vervangen door gelijksoor- »
tige universitaire tentamens en examens. Als een student de meesterstitel notari- tj
eel recht wenste te verwerven diende alsnog het kandidaatsrechten te worden ^
o
behaald. Studenten Nederlands recht konden het radicaal 'kandidaat-notaris' ver- ""
krijgen door ook het nieuwe doctoraal notariaat met goed gevolg af te leggen.'
De geïntegreerde universitaire opleiding heeft het notariaat veel goeds ge-
bracht. De opleiding werd wetenschappelijker en notariële promoties zijn tegen-
woordig geen bijzondere gebeurtenis meer. Opvallend is dat de notariële secties
belangrijke onderdelen van het burgerlijk recht, zoals het familierecht, naar zich
toe hebben getrokken.*^ De mogelijkheden voor de universitair afgestudeerde
kandidaat-notaris om carrière te maken buiten het notariaat zijn door dit alles
beduidend groter geworden, zeker als hij/zij tijdens de studie gekozen heeft voor
een dubbele opleiding (notarieel/algemeen), hetgeen vooral van belang is geble-
ken in economisch moeilijke tijden.
Wel moet worden geconstateerd dat de universitaire opleiding, vooral na te-
rugbrenging van de studieduur tot slechts vier jaar in 1982, veel minder vakma-
tig en praktijkgericht bleek dan die van vóór 1959. Dit is opgelost door oprichting
in 1987 van de Stichting Beroepsopleiding Notariaat en de door deze stichting
verzorgde verplichte driejarige aanvullende beroepsopleiding voor in de notariële
praktijk werkzame kandidaat-notarissen (waarna de jaarlijkse bijscholing in de
vorm van postacademisch onderwijs met puntentelling een aanvang neemt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's