Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 157
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Tijdens een bespreking op 20 november 1940 op het nieuwe departement van
Onderwijs, Wetenschap en Cultuurbescherming met vertegenwoordigers van de
verschillende universiteiten en hogescholen - met uitzondering van de Leidse
universiteit en de Delftse hogeschool, die toen op last van de Duitsers gesloten
waren - was meegedeeld dat de Duitsers van hun 'Aufsichtsrecht' gebruik wil-
den maken ten aanzien van benoemingen en ontslagen bij het onderwijs. Voor-
stellen zouden voortaan moeten worden voorgelegd aan het departement, dat
dan weer bij Verwaltung und Justiz om toestemming zou moeten vragen.
Depresident-curatorvande vu, mr. S. de Vries, en de secretaris van het Nij-
meegse universiteitsbestuur, mr. H.W.J.M. de Jong, waren ter plekke niet bereid
mee te delen of zij hiermee instemden. Zij protesteerden beiden krachtig tegen
deze 'inmengingspoging'. Zij spraken met elkaar af dat hun universiteiten niet 153
uit eigen beweging met de Duitse eisen zouden instemmen. De vu-directeuren o
en de senaat waren het met deze principiële afwijzing volledig eens. In die geest Q
schreven curatoren op 30 november aan het departement: 'Curatoren maken u ^
er opmerkzaam op, dat de vu geheel anders dan openbare universiteiten op een g
principieelen grondslag rust.' De door de Duitsers benoemde nieuwe secretaris- g
generaal, prof. dr. J. van Dam, hoogleraar Duits aan de Universiteit van Amster- >
dam (UvA) en uitgesproken pro-Duits, riep Colijn als president-directeur op het M
matje om hem duidelijk te maken dat de houding van de vu niet zou worden ge- ^
accepteerd. De dag daarop, 11 januari 1941, reageerden curatoren en directeuren 10
direct met opnieuw een regelrechte afwijzing van de Duitse eisen. Dit bracht o
Van Dam ertoe op 8 april 1941 met een verordening te komen volgens welke de £
bemoeienis van het ministerie met iedere benoeming dwingend moest worden m
geaccepteerd. Deze maatregel leidde een maand later al tot problemen tussen
de vu en het departement.^^
In mei 1941 stelde de juridische faculteit voor twee nieuwe docenten te benoe-
men in vakken waarin op dat moment nog geen docenten optraden. Th.A. Ver-
steeg werd voorgedragen als lector in het notarieel recht en mr. H.J. Hellema als
buitengewoon hoogleraar fiscaal recht. Beiden waren op dat moment nog niet
gepromoveerd. Versteeg werkte sinds 1930 als notaris in Amsterdam. Daarnaast
trad hij als opleider voor notariële examens op. Hij had op dat terrein een aantal
goede publicaties op zijn naam staan. Sinds 1939 was hij privaatdocent notarieel
en fiscaal recht aan de universiteit van Utrecht. Maar Versteeg studeerde nog rech-
ten en stond als tweedejaars student ingeschreven bij de vu. Op 8 april 1943, net
vóór de sluiting van de vu, zou hij zijn kandidaatsexamen afleggen. De meesters-
titel zou hij in 1944 clandestien behalen. Hij zette zich naast zijn gewone werk in
voor het gereformeerde onderwijs als hoofdbestuurslid van het Gereformeerd
Schoolverband. Hellema werkte als advocaat en procureur op het kantoor van
mr. G.H.A. Grosheide, penningmeester van het college van directeuren van de vu.
Tegen de benoeming van Versteeg bestond bij de curatoren mr. J. Verdam en
ds. T. Ferwerda nogal wat bezwaren. Hij was per slot van rekening niet gepromo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's