Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 42
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Fabius die, aldus het blad, nog het elan en de ontembaarheid van een dertigjarige
bezat, zijn mening over de openbare armenzorg. Fabius brandde los: 'Het ver-
foeilijke in dit stelsel is, dat het bij de menschen een gevoel van recht kweekt.
[...] Wat recht om te leven! Plicht om te leven! Eerst de plicht om goed te leeren; dan
de plicht van goede voorbereiding tot het vak; derdens de plicht om te werken,
hard te werken; vervolgens de plicht om goed op te passen, zuinig te zijn en te
sparen, te sparen voor het huwelijk en voor den ouden dag! Die plicht om te leven,
meneer, komt éérst! Wat recht!'
Na het voorgaande kan men wel raden dat Fabius weinig ophad met het stre-
ven naar kiesrechtuitbreiding, ook toen zijn antirevolutionaire partijgenoten
zich daar op den duur wél achter schaarden. Uiteindelijk mochten alle mannen
36 (1917) en ook alle vrouwen (1919) naar de stembus. Hij noemde het 'massa-
^ stemrecht' volksverlakkerij en vreesde dat de macht in handen zou komen van
2 schreeuwers en demagogen.^^ Ook tegen het vrouwenkiesrecht verzette hij zich
a met kracht van argumenten, die grotendeels aan de Bijbel ontleend waren. 'De
> vrouw is door den Heere tot eene hulpe gesteld voor den man. Te meer zal zij dit
g zijn, naarmate zij meer waarlijk vrouw is.'^*" De gehuwde vrouw is 'verplicht haren
o man te erkennen als haar hoofd en hem gehoorzaam te zijn', aldus Fabius," die
meende dat de vrouw niet op publiek terrein thuishoorde. In dit opzicht verkon-
digde hij beginselen die in zijn kring gemeengoed waren.
De vrouwenbeweging stelde niet alleen emancipatoire eisen die in strijd wa-
ren met de scheppingsordening, maar probeerde ook de van God gegeven ver-
schillen tussen beide geslachten te minimaliseren. Typerend voor Fabius was wel
a
§ dat hij niet alleen met Bijbelse argumenten kwam, maar zich ook verdiepte in
r antropologische en psychologische studies over sekseverschillen, om de pleit-
^ bezorgsters van emancipatie van repliek te kunnen dienen.^"
Strafrecht
Voor de gereformeerden was het onmogelijk het straffen zin te geven zonder
eerst de Bijbel open te slaan. In een brief van Paulus aan de Romeinen staat dat
iedereen het gezag van de overheid moet erkennen, omdat al het gezag van God
komt. Wie zich daartegen verzet, roept een veroordeling over zichzelf af. Ook
schrijft Paulus dat de overheid het zwaard niet voor niets voert, want zij staat in
dienst van God. Door de misdadiger zijn verdiende strafte geven, toont de over-
heid Gods toorn.^^ Voor Fabius zou elk debat over straffen hiermee moeten be-
ginnen. Een overtreder verdient zijn straf, zo heeft God het verordineerd. Vergel-
ding is, zo gezien, grond en doel van het straffen. Alle andere overwegingen zijn
bijkomstig, de straf hoeft niet per se nuttig te zijn.
Juist in de tijd waarin Fabius aantrad als jurist gonsde het in de westerse we-
reld van strafrechtelijke moderniseringsdrang. Vernieuwers probeerden aan te
tonen dat veel misdaad werd veroorzaakt door biologische, psychische of sociale
determinanten, buiten de wil om van de pleger. De medische wetenschap boekte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's