Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 108
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
een nieuw onderzoeksgebied betrad met zijn proefschrift over Rights affecting
the use of broadcasts. Het onderwerp was hem gesuggereerd door Gerbrandy, die
zelf voorzitter van de nationale R adioraad was. Toen Gerbrandy eenjaar later
minister werd in het kabinetDe Geer nam Oranje als zijn opvolger twee promo
vendi van hem over. Zij promoveerden reeds op 15 maart, een maand nadat
Oranje zijn oratie had gehouden: P.M. Veldkamp met een proefschrift over on
behoorlijke mededinging en de latere hoogleraar P.J. Verdam met een lofwaar
dig proefschrift over Nietigheid van besluiten.
V.H. Rutgers ten slotte, die na een loopbaan als advocaat, Kamerlid en mi
nister in 1928 hoogleraar was geworden, moesttienjaarwachten op zijn eerste
promovendus. In 1938 verdedigde C.M.E. van Schelven de dissertatie Het ver-
104 drag nopens bestrijding van terrorisme. Zijn tweede promovendus, F.L. Rutgers,
^ maakte er een familieaangelegenheid van. Hij promoveerde in 1939 bij zijn oom
^ op een dissertatie over zijn grootvader van moederszijde, Idenburgen de Sarekat
% Islam. Daarnaast trad V.H. Rutgers bij het elfde vulustrum in 1935 op als pro
w motor bij de toekenning van het eredoctoraat in de rechten aan de antirevolutio
^ naire politicus en bewindsman J.J.C, van Dijk. Vijfjaar eerder had Diepenhorst
2 het allereerste eredoctoraat van de Vrije Universiteit al mogen uitreiken aan de
g antirevolutionaire partijleider en oudpremier Colijn.
<
c
Slot
»
S De juridische dissertaties van de Vrije Universiteit in de jaren 18801940 waren
S degelijke werkstukken die aan de vereiste academische maatstaven voldeden,
o Daarnaast droegen ze een herkenbaar levensbeschouwelijk stempel, zoals van
promovendi aan een calvinistische universiteit mocht worden verwacht. Zoals
we in de Inleiding van dit boek zagen had de juridische faculteit in haar onder
zoek een tweeledige taak: de ontwikkelingvan specifiek gereformeerde rechts
beginselen én de voorlichting van 'ons christenvolk' door de bestudering van
concrete juridische, politieke en maatschappelijke vraagstukken. Verreweg de
meeste dissertaties vielen binnen de laatste categorie, zoals te verwachten was
bij promotieonderzoek door aankomende juristen. Rechtsgeschiedenis, politie
ke geschiedenis en sociaal recht traden daarbij het meest op de voorgrond, ter
wijl ook de civiel en strafrechtelijke studies in veel gevallen een praktische in
slag hadden. Na de Eerste Wereldoorlog was er sprake van een toenemende
belangstelling voor het volkenrecht. De eerste doelstelling, het opsporen van ge
reformeerde rechtsbeginselen, kwam er bij dit alles wat bekaaid vanaf. Slechts
een enkele promovendus, zoals Zevenbergen (1913), Van der Molen [1937) en
Mekkes (1940), waagde zich in die jaren aan principiële rechtsfilosofische be
schouwingen. Pas na de Tweede Wereldoorlog zou hierin onder invloed van
Dooyeweerd met zijn wijsbegeerte der wetsidee enige verandering komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's