Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 154
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
21 juni slaagden. Op lo mei, de eerste oorlogsdag, behaalde L.A. van den Heuvel
zijn doctoraalbul. De vreugde over het voltooien van zijn studie moet toch wel
geheel overschaduwd zijn geweest door de schok van de Duitse inval.^ Op 16 mei
deden A. Klaasse en R. Riphagen kandidaatsexamen. Zij zouden beiden tijdens
de oorlog omkomen. Dat jaar deden 37 rechtenstudenten kandidaatsexamen,
van wie 27 na de capitulatie. Er vonden in 1940 vier promoties plaats in de rech
tenfaculteit, waarvan één, die van F.B. Jonker, op 31 mei op Het economisch ka
raktervan de Defensieuitgaven. Eenwel heel actueel onderwerp.
In juli 1940 maanden Rutgers en Anema op een reünie van de Calvinistische
Juristen Vereniging in Die Poort van Cleve in Amsterdam nog tot grote voorzich
tigheid ten opzichte van de bezetters. Hun vroegere studente mr. Gezina van der
150 Molen was het daar toen al in het geheel niet mee eens. Zij riep daar direct tot
ö o krachtig principieel verzet op. Daarbij dacht zij in de verste verte niet aan geweld
dadig verzet, maar aan het niet gehoorzamen van verordeningen van de bezetter,
2 H burgerlijke ongehoorzaamheid. Rutgers zou haar daar spoedig in volgen. Onder
n2 de indrukvan Johannes Post, de leider van de Landelijke Knokploegen, zou hij
n
s w ten slotte in de loop van 1943 ook zijn verzet tegen het gebruiken van geweld op
6
^i >< geven
n z
Geen aanpassing!
H 2
Oudpremier Hendrik Colijn, al jaren presidentdirecteur van de vu, ging in zijn
a geruchtmakende brochure Op de grens van twee werelden van 25 juni 1940 ervan
uit dat de Duitsers lange jaren in Europa de dienst zouden gaan uitmaken en dat
" Nederland zich daarbij zou moeten neerleggen om er het beste van te maken.
;^ Vrij snel daarna kwam hij van dit defaitistische standpunt terug, toen door ver
zCl scheidene van zijn partijleden hierop felle kritiek werd uitgeoefend. Ook Rutgers
had, niet onder zijn eigen naam, maar onder die van zijn schoonzoon N. Okma,
in De Standaard in een ingezonden stuk Colijns afwijzende houding ten opzich
te van de regering in Londen op milde wijze bekritiseerd.^
Op enkele gezamenlijke door de Duitsers nog toegestane bijeenkomsten
van de ARP en de CHU in augustus en september nam Colijn afstand van zijn
woorden van aanpassing. Speciaal de Nederlandse Unie, die voor Nederland een
soort van Vichybewind leek te willen nastreven, werd door hem onder vuur ge
nomen. Op de eerste van deze bijeenkomsten, op 10 augustus 1940 in de Apollo
hal in Amsterdam, trad Rutgers op als voorzitter. Hij erkende in zijn openings
woord dat, nu ons land door een vreemde krijgsmacht was bezet, het gezag van
de wettige overheid op grond van het Landoorlogreglement in de hand van de
bezetters was overgegaan. Deze was nu gerechtigd de openbare orde te handha
ven, maar ook verplicht 'behoudens volstrekte verhindering' de bestaande wet
ten te eerbiedigen. De Duitse rijkscommissaris had dit duidelijk zelf te kennen
gegeven. De bezettingstijd zou volgens Rutgers dientengevolge nooit een tijd van
hervormingen kunnen zijn, zoals de Nederlandse Unie en de fascistische partij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's