Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 344
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Hoewel de notaris dus geen academicus was, werd hij door het publiek wel
als zodanig beschouwd. Het lag dan ook voor de hand om de studie universitair
te maken, waarbij dient te worden opgemerkt dat een eerste poging daartoe reeds
in 1626 te Leiden was ondernomen en dat de allereerste notariële opleiding in
Europa in de dertiende eeuw plaatsvond aan de rechtshogeschool te Bologna.^
Omdat ook bij de regering onbehagen bestond over deze onduidelijke situa-
tie, stelden de ministers van Justitie en die van Onderwijs, Kunsten en Weten-
schappen eind 1956 een commissie in, met de opdracht om 'voorstellen te doen,
in de vorm van ontwerpen met toelichtingen, met betrekking tot de instelling
van een universitaire notariële studie'. Uit een oogpunt van kostenbesparing werd
daarbij aan de commissie meegedeeld dat de studieduur niet langer mocht wor-
340 den dan die van de gewone juridische opleiding; met name zou het (huidige Bel-
g gische) systeem van een kopstudie onaanvaardbaar zijn. Hiermee werd terugge-
^ komen op vroegere gedachten in die richting van een eerdere minister van Justitie.
n De oplossmg zou gezocht moeten worden m het integreren met de algemeen-
^ juridische studierichting en een keuze na het kandidaatsexamen (d.w.z. na twee
ï jaar). Het doctoraal notariaat zou de meesterstitel met zich meebrengen, zonder
ö echter de bevoegdheden verbonden aan het doctoraalexamen Nederlands recht,
2 aldus de minister bij de installatie van de commissie. De commissie oordeelde
< in positieve zin, waarna spoedig een wetsvoorstel overeenkomstig de wens van
^ de minister en het advies van de commissie volgde.
" In de Tweede Kamer rees bij de behandeling van het wetsvoorstel echter be-
o zwaar tegen de toekenning van een meesterstitel, doch de minister stelde dat dit
% zo'n essentieel onderdeel van de voorgestelde regeling was, dat bij aanneming
r van een ingediend amendement met de strekking om dit onderdeel te schrappen,
M de regering zou overwegen het gehele wetsvoorstel terug te nemen. Hierop werd
g het amendement ingetrokken en kwam het wetsvoorstel zonder hoofdelijke
w stemming ongewijzigd door de Tweede Kamer. Ook de Eerste Kamer aanvaard-
o de het voorstel, waarna de nieuwe wet tot wijziging van de hoger-onderwijswet
H en de wet op het notarisambt op 18 november 1958 in Staatsblad no. 494 werd
o gepubliceerd. Op 22 februari 1959 trad de wet in werking en daarmee werd voor
de opleiding tot kandidaat-notaris een tijdperk afgesloten."
De notariële opleiding aan de Nederlandse universiteiten
De meeste juridische faculteiten hadden tijdig geanticipeerd op de hiervoor be-
schreven ontwikkelingen door de notariële studie - vooralsnog als een opleiding
voor het staatsexamen - aan te bieden via aan de universiteit verbonden privaat-
docenten en lectoren. Zodra de nieuwe wet in werking was getreden konden de-
ze juridische faculteiten hierdoor vrij eenvoudig omschakelen op de gewijzigde
situatie. Ook hadden de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de vu in 1951
meegewerkt aan de oprichting van de Stichting tot bevordering der notariële
wetenschap, waardoor het notariaat een wetenschappelijk en historisch funda-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's