Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 183
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Zeeuwse wateren onklaar was geraakt. Rutgers had zich voor deze gevaarlijke
tocht gemeld, omdat hij de regering in Londen wilde duidelijk maken dat de
ARP-leiding volstrekt niet voelde voor het doorvoeren van vergaande politieke
hervormingen na de bevrijding. Na zijn arrestatie werd Rutgers, toen 66 jaar oud,
tot twee jaar tuchthuisstraf veroordeeld. Hij werd eerst in de Utrechtse Wehr-
machtgevangenis gevangengezet. Hier kon zijn dochter, vermomd als tandarts-
assistente, hem nog één keer bezoeken. Daarna werd hij naar de gevangenis van
Kleef overgebracht, vanwaar hij weer, zeer verzwakt, naar Bochum werd gevoerd.
Op 5 februari 1945 stierf hij hiervan uitputting.'"'
Op de faculteitsvergaderingvan 8 maart 1945 was nog niet bekend dat hun
collega onder zulke verschrikkelijke omstandigheden gestorven was. Onderling
werd stevig gedebatteerd over de invulling van de tentamens van Rutgers. Oranje 179
vond het niet juist dat, nu LA. Diepenhorst ondergedoken was, zijn oom RA. Die- ö
penhorst het afnemen van deze tentamens op zich had genomen. Hij achtte dit Q
'ongewenst', omdat tentamens alleen afgenomen zouden moeten worden door ^
hen 'die in het vak [Romeins recht] volkomen thuis zijn'. Hij stelde daarom voor g
collega Hoetink van de UvA te vragen om de tentamens af te nemen zolang Rut- ^
gers nog gevangenzat. Hoetink zelfwas immers in 1942 door Rutgers vervangen, >
toen hij tijdelijk gevangenzat. Diepenhorst protesteerde tegen de voor hem toch M
wel pijnlijke constatering van Oranje, dat hij over onvoldoende kennis van het ^
Romeins recht beschikte, en was van mening dat hij door zijn kennis van het oud- £
O
vaderlands recht wel degelijk het 'vereiste contact' met het Romeins recht had. o
De anderen stemden hiermee in en Oranje moest bakzeil halen.'^' 5
Ook tegen LA. Diepenhorst werden bezwaren geuit. Anema, die de vergade- w
ringen vaak niet bijwoonde in verband met zijn slechte gezondheid, had per brief
de jonge Diepenhorst aanbevolen als nieuw te benoemen hoogleraar staats-
recht. Dooyeweerd, Oranje en Hellema konden zich echter niet met dat voorstel
verenigen. Na serieuze bestudering van Diepenhorsts proefschrift over kerk en
staat hadden zij niet de overtuiging gekregen, dat de schrijver 'enig perspectief
opent voor een principiële behandeling van staatsrecht en algemene staatsleer,
die de wetenschap verder zou brengen'. Zij meenden zelfs dat dit werk 'ernstige
wetenschappelijke fouten bevatte'. De oude Diepenhorst wilde het opnemen
voor zijn neef, maar moest toegeven dat hij nog geen tijd had gehad dit werk te
bestuderen, omdat hij het pas ontvangen had. Men concludeerde ten slotte dat
niet LA. Diepenhorst, maar A.M. Donner voor het gewoon hoogleraarschap voor
staats- en administratief recht in aanmerking zou moeten komen als opvolger
van Anema. Dooyeweerd zou dan voor een periode van vijfjaar algemene staats-
leer moeten gaan geven, zodat Donner zich voldoende in de stof zou kunnen
verdiepen om het daarna weer van hem over te kunnen nemen. RA. Diepen-
horstwas het hier volstrekt niet mee eens en kondigde aan samen met Anema te
zijner tijd een minderheidsrapport aan curatoren te zenden.
Een maand later, op 11 april 1945, het einde van de bezetting was in zicht,
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's