Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 30
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Nu dit wettelijke obstakel uit de wegwas geruimd kon de juridische faculteit
zich vrijer ontwikkelen en ernst maken met haar tweeledige taak. Zij diende im-
mers niet alleen een wetenschappelijk doel, namelijk 'de beoefening der weten-
schap, overeenkomstig de waarheid en tot eer van God', maar had ook een taak
op maatschappelijk en politiek gebied. Zij moest leiding geven aan 'ons chris-
tenvolk' in maatschappelijke vraagstukken en mannen opleiden die in de poli-
tiek konden opkomen voor de antirevolutionaire beginselen, opdat 'de wet Gods
worde ingedragen in de wetten van ons volk'.^^
Dat de hoogleraren van de vu hun maatschappelijke taak ernstig namen en
ook buiten de universiteit buitengewoon actief waren, blijkt afdoende in de bio-
grafische schetsen in dit boek. Op politiek gebied, in de pers en in allerlei maat-
24 schappelijke organisaties speelden zij een belangrijke rol, een traditie die tot in
2 de jaren zestig van de twintigste eeuw zou worden voortgezet. Maar de politieke
g taak die van Fabius, Anema en Diepenhorst werd verwacht bleek al spoedig ook
„ een schaduwzijde te hebben: het bracht hen meer dan eens in botsing met Abra-
o ham Kuyper, die na 1905 als leider van de ARP in zijn nadagen was maar zijn po-
§ sitie niet wilde afstaan aan een jongere generatie intellectuelen. Het leidde tot
•" een reeks conflicten, die in 1915 zelfs de vorm van een openlijke pennenstrijd
^ aannam, toen Kuyper zijn gram haalde met de brochure Starrentritsen, waarin
5 hij zijn leiderschap verdedigde en het gebrek aan discipline in de partij aan de
5 kaak stelde. Ook de juridische faculteit van de vu moest het ontgelden. Het on-
o
derwijs van Anema en Diepenhorst zou niet principieel genoeg zijn, de faculteit
toonde te weinig elan en het studentental bleef ver achter bij de verwachtingen,
terwijl het hem, Kuyper, nog wel zo veel moeite had gekost de Vrije Universiteit
de effectus civilis te bezorgen." De senaat van de universiteit zag zich genood-
o
ö zaakt in een ingezonden stuk in De Standaard tegen deze beschuldigingen op te
komen en verweet Kuyper dat hij het vertrouwen in de vu ondermijnde." Ook
Anema en Diepenhorst bleven het antwoord niet schuldig en publiceerden sa-
men met drie anderen de zogeheten 'vijf-heeren-brochure', Leider en leiding in
de Anti-revolutionaire Partij, waarin zij hun bezwaren tegen Kuypers autoritaire
leiderschap uiteenzetten.^"
Ook in later jaren moesten de hoogleraren het wel eens ontgelden. In het in-
terbellum werd de gereformeerde wereld geconfronteerd met allerlei nieuwe
ontwikkelingen, die ook de Vrije Universiteit niet onberoerd lieten. Bekend is
het rumoer dat in 1924 ontstond, toen vu-studenten het toneelstuk 'Saul en Da-
vid' van Louis Saalborn opvoerden, terwijl twee jaar later een kerkscheuring
ontstond over de [al dan niet letterlijke) uitleg van het scheppingsverhaal in Ge-
nesis. In dit klimaat werd elke afwijking van de gereformeerde traditie hoog op-
genomen. Toen W. Zevenbergen als hoogleraar strafrecht en rechtsfilosofie in
1924 voorzichtig vraagtekens plaatste bij de rechtmatigheid van de doodstraf
werd hij door Kuypers zoon, de vu-theoloog H.H. Kuyper, in het weekblad De
Heraut gevoelig op de vingers getikt. Iets dergelijks overkwam Zevenbergens op-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's