Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 267
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
nuttig effect van die kennis was ik als adolescent nog niet zo overtuigd. Neem
nou zoiets als de doodstraf, die volgens Bianchi de uiterste consequentie was
van een punitieve manier van denken. Was dat nou niet een echo uit een heel ver
verleden; zoiets als hekserijprocessen, marteling of homovervolging? Bianchi
zei toen: 'Je vergist je; het komt allemaal weer terug. De mens trekt geen lessen
uit het verleden en zal telkens weer dezelfde fouten maken.' Voor 'machthebbers'
had Bianchi zelden een goed woord over: 'Bij ieder gesprek dat ik met openbare
aanklagers heb gevoerd, heb ik altijd gedacht [...], schoften, nu doen jullie aar-
dig tegen me, maar als ik volgens jullie maatstaven weer eens naast het potje zou
piesen, wat zouden jullie dan gemeen zijn!"^'' Tijdens college werden onze tere
kinderzieltjes onder meer blootgesteld aan het epos van markies D.A.F, de Sade,
en dan met name De 120 dagen van Sodom, waarin de grootste schurken niet toe- 263
vallig altijd gezagsdragers waren. Naast Dostojevski was Sade een van de uitge- fa
w
spuugde figuren, van wie Bianchi zei dat hij er meer criminologische kennis van ^
had opgestoken dan van een hele wetenschappelijke bibliotheek. ^
Dat 'anti-establishment' en 'anti-conventionele' is eigenlijk al van meet af aan *
zichtbaar in zijn werk; eerst vrij impliciet, maar toen de tijd er rijp voor was steeds Ü^
explicieter. In zijn dissertatie Position and Subject-matter in Criminology uit 1956 ^
pleit Bianchi al voor een ontkoppeling van de criminologie uit de moederschoot ^
van het strafrecht, omdat dat de criminologie gereduceerd heeft tot een hulpweten- w
schap. Hierin stelt hij dat de criminologie voor haar theoretische ontwikkeling >
y
het meest te leren heeft van de fenomenologische antropologie. Later kwam 0
daar de geschiedenis bij. Dergelijke comparatieve 'cross cultural' en 'cross time' ^
analyses zijn volgens Bianchi noodzakelijk om het reflexieve, wetenschappelijke 2;
karakter van de criminologie te bewaren in een tijd waarin van haar vooral prak- ^
tische aanbevelingen binnen politiek vastgestelde kaders worden gevraagd.'^^ «
Bianchi had weinig op met deze ontwikkeling van de criminologie naar een <f
toegepaste beleidswetenschap. Tegelijkertijd klonk beginjaren zeventig het verwijt £
steeds luider dat academische criminologen geen onderzoek deden waar iemand o
iets aan had. Om te voldoen aan de behoefte aan onderzoek waarin concrete beleids-
aanbevelingen werden gedaan is in 1973 het ministeriële onderzoeksinstituut
WODC opgericht. Bianchi maakte (mede) naar aanleiding daarvan in 1974 een on-
derscheid tussen 'gouvernementele' criminologie, die het establishment bedient
met systeeminterne adviezen, en een 'non-gouvernementele' criminologie waarin
een kritische, systeemexterne positie wordt ingenomen. Op dit artikel,^'' dat stellig
tot een van Bianchi's meest geciteerde stukken behoort, is op zich niet zoveel aan
te merken; het is bij grondige lezing in ieder geval veel milder dan hoe het indertijd
is geïnterpreteerd. Maar middenjaren zeventig werd in brede kring gesuggereerd
dat Bianchi in zijn stuk had beweerd dat 'echte' criminologie aan de universiteit
werd bedreven en dat op het WODC uitsluitend 'His Masters Voice' werd verkon-
digd. Dat staat er niet, maar zo is het wel de geschiedenis ingegaan. Een analytisch
onderscheid leidde tot polarisatie. Zonder enig causaal verband te willen suggere-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's